|
De Kerk vraagt geen therapeutische hardnekkigheid bij het levenseinde van terminale patienten. Waarom heeft de kerkelijke overheid in Italië dan geen kerkelijke begrafenis willen geven aan de volledig verlamde Piergiorgio Welby, die om levensbeëindiging vroeg? Priester Stefaan Seminckcx is dokter in de geneeskunde en doctor in de Godgeleerdheid. Hij is meer bekend in de media als Woordvoerder van het Opus Dei in België. Wij vroegen zijn mening als specialist terzake, en dit standpunt gaf hij dus ten persoonlijke titel, naar aanleiding van een lezersbrief in La Libre Belgique van een arts die die het moeilijk had met de beslissing van de Italiaanse bischoppen.
Hier volgt de Nederlandse vertaling van het artikel van Eerwaarde Heer Seminckx:
De hartenkreet van Dr. Van der Rest omtrent het geval Piergiorgio Welby, in “La libre Belgique” van 31 december, heeft mij erg aangesproken. Zoals hij, stel ik mij vragen omtrent het motief van de Kerk om een katholieke begrafenis te weigeren aan deze tetraplegie-lijder (verlamde aan de vier ledematen, nota van de vertaler). De mededeling van het terzake bevoegd Vicariaat van Rome verduidelijkt “zulke begrafenis niet te hebben kunnen toestaan, omdat in tegenstelling met gevallen van zelfmoord waarin men de afwezigheid van het volle bewustzijn en van de vrije toestemming vermoedt, de wil van dhr. Welby om een einde te stellen aan zijn eigen leven bekend was, openbaar en herhaald bevestigd, wat ingaat tegen de katholieke leer (zie de Katechismus van de Katholieke Kerk, nrs . 2276 -2283; 2324-2325) “.
Als ik deze mededeling goed begrijp, valt het geval Piergiorgio niet onder de weigering van therapeutische hardnekkigheid, maar onder de bewuste en gewilde zelfmoord, ook als die noodzakelijk gebeurde met bijstand (want dhr. Welby was in de onmogelijkheid zichzelf te doden). Dhr. Welby heeft, zo blijkt het, publiek en herhaald zijn wil bevestigd een einde te stellen aan zijn eigen leven en hij zou via de media de straffeloosheidstelling van de euthanasie hebben opgeëist, wat voor de katholieke leer onaanvaardbaar is.
Het is één zaak de onontkoombare aard van de dood te aanvaarden en iedere therapeutische doorzetting te weigeren : dat is de aanvaarding van de menselijke toestand en de verdediging van de eerbied voor de waardigheid van de menselijke persoon, die niet nutteloos overbodige ingrepen moet ondergaan ; iets anders is bewust en vrijwillig de dood op te eisen : dit is beweren zelf rechter te zijn over leven en dood. U zult me zeggen dat dit een eenvoudig woordenspel is en dat dhr. Welby, in zijn noodtoestand, zich niet om dergelijke subtiliteiten heeft bekommerd. En ik denk dat u gelijk hebt. Zoals zij die terminale zieken begeleiden het weten, dekt het verzoek tot euthanasie in feite iets anders : het is een verzoek om bijstand. En deze hulp mag — en moet zelfs — bestaan uit het onthouden van buitenmatige behandelingen.
Bij deze bedenking dringen zich twee vragen op : ten eerste, welk belang kan het hebben hoe dhr. Welby zijn wens heeft uitgedrukt als het in ieder geval gewettigd is een buitenmatige behandeling stop te zetten ? De tweede vraag : maar als dhr. Welby zijn wens slecht heeft geformuleerd, is het dan niet uiteindelijk “de bedoeling die telt”, — t.t.z. de echte bedoeling, die hij in zijn hart droeg —, eerder dan wat hij heeft gezegd ?
Bekijken we de eerste vraag, die men als volgt zou kunnen stellen : wat is het verschil tussen het feit de stopzetting van een buitenmatige behandeling te vragen en het feit de dood te vragen, als het gevolg, het eindresultaat, hetzelfde is ?
In de moraal is het niet zozeer het gevolg, maar eerst en vooral het voorwerp van de daad die telt, met andere woorden wat men “wil doen”. Dit is een punt dat de utilitaristische geest waarin wij gedompeld zijn, moeilijk begrijpt. Het hele debat over de euthanasie in ons land is scheef getrokken door het niet kennen van dit fundamenteel aspect van het probleem.
Een inspuiting van morfine kan, naargelang wat men “wil doen” een verdienstelijke daad van verlichting van het lijden zijn, of een misdadige daad, die haar motief vindt in de wil om te doden.
Van uit het gezichtspunt van de moraal kan de volgende paradox zich voordoen : de geneesheer die zonder enige beroepsfout te begaan, een zieke zoekt te verlichten en hem toevallig zou doden, handelt goed op het moreel vlak ; terwijl hij die de patiënt zoekt te doden, hem bij toeval zou genezen, op moreel vlak kwaad doet.
De publieke opinie — die zich op de plaats van de toeschouwer bevindt — zou de eerste kunnen veroordelen en de tweede prijzen alleen op grond van het resultaat van hun respectievelijke handeling. Maar het geweten van de eerste zal zonder verwijt zijn, dat van de tweede echter zal bezwaard zijn. Het geweten brengt de houding van het handelend subject tot uiting. Het is daarom dat sedert lang de Kerk de katholieke begrafenis niet meer weigert aan personen die zelfmoord plegen, want de vooruitgang van de geneeskunde heeft aangetoond dat de zelfmoorddaad dikwijls niet beantwoordt aan wat de persoon “wil doen”; immers erge depressietoestanden kunnen de bewuste en vrije aard van een daad grondig veranderen.
Nu is het beeld dat men heeft gegeven van Piergiorgio Welby, — misschien zelfs tegen zijn wil —, niet dit van een onbewuste en onverantwoordelijke persoon. En dat leidt ons naar de tweede vraag, omtrent het aanvullende karakter van de formulering van een bedoeling in verband met zijn ware aard.
Volgens mij is het de mediahetze die rond dit geval werd gemaakt die de motivering van de Kerk verklaart. Het hoofdargument van de pro-euthanasiedrukkingsgroepen berust in de eis van het zelfstandig beschikkingsrecht van de persoon tegenover de dood. Zoals in andere landen schuiven deze groepen extreme, tragische gevallen naar voor die men aan de publieke opinie tracht op te dringen als het vanzelfsprekend antwoord op een door verouderde verboden verdrukt zelfbeschikkingsrecht. De voorstelling van het geval Welby had voor gevolg dat men een beeld schiep van een zieke die zeker is en beslist in zijn inzicht om de dood te vragen en het recht op euthanasie op te eisen. Het is geen kleine paradox : een persoon gebruiken in naam van zijn “zelfbeschikkingsrecht”. Ik ben er in feite niet zo zeker van dat de ware Piergiorgio Welby geleek op het beeld dat van hem gegeven werd.
Maar dit beeld is er en stelt de vraag : kan de Kerk daarnaast, evenzeer publiek en gemediatiseerd, dit van een katholieke begrafenis plaatsen ? Zij heeft waarschijnlijk geoordeeld dat dit weinig samenhangend zou zijn en dat dit dreigde een beeld te ondersteunen dat een fundamenteel punt van haar boodschap zou tegenspreken. Zij heeft ongetwijfeld ook gedacht dat het onrechtvaardig zou zijn ten overstaan van talrijke zieken (andere tetraplegie-patiënten of personen zoals Johannes-Paulus II) die weigeren of geweigerd hebben zich als rechter over het leven te gedragen. Wij komen zo tot de tegenstelling dat door het geval Welby te gebruiken, bepaalde drukkingsgroepen aan deze zieke een zeer slechte dienst hebben bewezen.
In het verloop van mijn priesteropleiding heb ik een tetraplegisch confrater ontmoet, die in zijn land een felle strijd voert tegen de euthanasie. Hij kan slechts het hoofd bewegen. Hij hoort biecht van talrijke personen en concelebreert de Mis alle dagen. Hij houdt een website bij en een uitgebreide email-briefwisseling (hij bedient de computer met zijn mond). Hij leeft in een seminarie en een van de seminaristen vertrouwde me toe : “Meer dan al mijn cursussen van filosofie en theologie heeft mij als priester gevormd het voorbeeld van deze confrater en van allen die hem sedert zo vele jaren dag na dag omringen en bijstaan”.
De mededeling van het Vicariaat van Rome eindigt met een uitnodiging om te bidden voor het zielenheil van Piergiorgio Welby : geen katholieke begrafenis toestaan wegens pastorale redenen is niet hetzelfde als de mogelijkheid tot het heil ontkennen. Wat mij aangaat, sedert ik op de hoogte ben van deze zaak, laat ik het niet na te bidden voor deze persoon, wetend wat hij heeft geleden en hopend dat “zijn” strijd voor de euthanasie — die ik niet kan onderschrijven — kan begrepen worden als de uiting van een diepe nood, die al ons begrip verdient.
|