• Nederlands
  • Français

In 't kort

Ideeën hebben we genoeg bij DvDoc, maar we missen medewerkers: meldt u aan en Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken ons om lid te worden en actief deel te nemen aan de ontwikkeling van deze website,
 

Webboekhandel


Toon alle producten


Uitgebreid Zoeken
Bekijk Mandje
uw mandje is momenteel leeg.

RSS abonnement


Startpagina

Latijn en volkstaal in de kerk Afdrukken E-mail
Geschreven door Pierre François   
dinsdag 02 januari 2007
Momenteel wordt er volop gespeculeerd of het Latijn aan belang zal winnen in de kerkelijke vieringen onder het Pontificaat van Benedictus XVI. Zoals dat dikwijls het geval is in dergelijke polemieken, vervalt men gemakkelijk in polarisatie bij gebrek aan achtergrondkennis. In Rome, staat Kardinaal Arinze aan het hoofd van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten, en op de liturgieconferentie van Gateway, in Saint Louis, Missouri, van 11 november 2006, heeft hij de uiteenzetting uitgesproken die bijzonder evenwichtig de pro's en contra's overwegen. Verschillende persagentschappen hebben die tekst reeds uitgegeven, maar de eerste Nederlandse vertaling is op DvDoc beschikbaar, hieronder.

1. Hoogste waardigheid van het liturgisch gebed.

Francis Kadinaal ArinzeDe Kerk die door onze Heer en Redder Jezus Christus werd gesticht, spant zich in om de mensen van alle rassen, talen, volkeren en naties te verzamelen (cfr. Ap. 5,9), opdat “iedere tong verkondige dat Jezus Christus de Heer is tot verheerlijking van God de Vader“ (Phil 2,11). De dag van Pinksteren hebben mannen en vrouwen “uit alle naties onder de hemel” (cfr. Hand 2,5) de Apostelen de wonderbare werken van de Heer horen verkondigen.

Deze Kerk, dit nieuwe volk van God, dit mystiek lichaam van Christus, bidt. Haar openbaar gebed is de stem van Christus en van de Kerk, zijn bruid. Hoofd en ledematen. De liturgie is een uitdrukking van het priesterlijk leergezag van Jezus Christus. In haar wordt de openbare eredienst vervuld door de hele Kerk, anders gezegd door Christus die er zijn ledematen in betrekt. “Aldus is iedere liturgische viering, als werk van Christus priester en van zijn Lichaam die de kerk is, de sacrale handeling bij uitstek waarvan geen enkele andere handeling van de Kerk de doelmatigheid ten zelfde titel en in dezelfde graad kan bereiken“ (Sacrosanctum Concilium, 7). Putten we aan de heilige bron van de liturgie, wij allen die dorsten naar de genaden van de Verlossing, het levend water (cfr. Jn 4,10).

Het bewustzijn dat in iedere liturgische handeling Jezus Christus de Hogepriester is, zou in ons een grote vurigheid moeten opwekken. Zoals de H. Augustinus het zegde : “Hij bidt voor ons als onze Priester, Hij bidt in ons als ons Hoofd; wij bidden tot Hem als onze God. Wij herkennen zo onze stem in Hem, en Zijn stem in ons“ (Enarratio in Psalmum, 85).

2. Diverse ritussen in de Kerk

Door de heilige liturgie viert de Kerk de mysteries van Christus met behulp van tekenen, symbolen, gebaren, bewegingen, materiële zaken en woorden. In onze overdenking zullen wij ons verdiepen in de woorden die in de eredienst van de Romeinse of Latijnse ritus worden gebruikt. De sleutelelementen van de heilige liturgie, de zeven sacramenten, komen van onze Heer Jezus Christus zelf. Naarmate de Kerk zich verspreid heeft en gegroeid is onder de verschillende volkeren en culturen, hebben er zich verschillende wijzen van het vieren van de mysteries van Christus ontwikkeld. Men kan vier oorspronkelijke ritussen onderscheiden : de Antiochische, de Alexandrijnse, de Romeinse en de Gallicaanse. Deze hebben in de huidige katholieke Kerk andere voorname ritussen doen ontstaan : in de Latijnse Kerk is de Romeinse ritus overwegend, in de Oosterse Kerken vinden wij de Byzantijnse, de Armeense, de Chaldeeuwse, de Koptische, de Ethiopische, de Malabar, de Maronitische en de Syrische ritus.

Elk van deze “ritussen” is een mengeling van liturgie, theologie, spiritualiteit en kerkelijk recht. De basiskarakteristieken van iedere ritus gaan terug op de eerste eeuwen van onze tijdrekening, hun essentiële trekken naar de apostolische periode, of zelfs naar de tijd van onze Heer.

De Romeinse ritus ― die het voorwerp uitmaakt van onze overdenking ― is sedert de moderne tijd, zoals we dat zagen, de overheersende liturgische uitdrukking van de kerkelijke cultuur die wij de Latijnse ritus noemen. Zoals u wel weet is er in het aartsbisdom Milaan een “broederritus” in gebruik die de naam van de Heilige Ambrosius, de grote Bisschop van Milaan kreeg : het is de Ambrosiaanse ritus. In Spanje wordt er in sommige plaatsen en bij sommige gelegenheden liturgie gevierd volgens een oude Hispanische of Mozarabische ritus. Het zijn twee eerbiedwaardige uitzonderingen waarmee wij ons hier niet zullen bezighouden.

In het begin gebruikte de Kerk van Rome het Grieks. Het is maar geleidelijk dat het Latijn werd ingevoerd, tot de definitieve latinisering van de Kerk van Rome in de IVe eeuw (cfr. A.G. Martimort, L'Église en prière, Desclée 1983).

De Romeinse ritus heeft zich wijd verspreid in wat we nu West-Europa noemen en in de werelddelen die in grote mate werden geëvangeliseerd door Europese missionarissen : Azië, Afrika, Amerika en Oceanië. Thans, ingevolge de gemakkelijker circulatie van personen, vindt men in al deze werelddelen katholieken van andere ritussen (meestal Oosterse Kerken genoemd). De meeste van deze ritussen hebben een oorspronkelijke taal die aan elke ritus zijn historische identiteit geeft. De Romeinse ritus heeft het Latijn als officiële taal. Tot op heden zijn de typische uitgaven van zijn liturgische boeken altijd verschenen in het Latijn.

Er moet opgemerkt worden dat vele godsdiensten van de wereld, of hun voornaamste vertakkingen, een taal hebben die hun dierbaar is. Men kan niet denken aan de Joodse godsdienst zonder het Hebreeuws. Voor de Islam is de gewijde taal het Arabisch van de Koran. Het klassieke Hindoeïsme beschouwt het Sanskriet als zijn officiële taal, terwijl de gewijde teksten van het Boeddhisme in het Pali zijn opgesteld.

Het zou van ons uit oppervlakkig zijn te denken dat het hier gaat om een esoterische, bizarre, voorbijgestreefde, ouderwetse of middeleeuwse tendens. Zo zou men stappen over een subtiel onderdeel van de menselijke psychologie. In godsdienstige vraagstukken zijn de mensen geneigd te behouden wat zij ontvingen sedert het begin, de wijze waarop hun voorgangers hun godsdienst hebben onder woorden gebracht en hebben gebeden. De woorden en uitdrukkingen die werden gebruikt door de eerste generaties zijn dierbaar voor hen die deze vandaag hebben overgeërfd. Ook als het juist is dat men een godsdienst zeker niet kan identificeren met een taal, toch kan de wijze waarop zij verstaan wordt een affectieve band scheppen met een bepaalde taalkundige uitdrukking die in gebruik was tijdens haar klassieke groeiperiode.

3. Voordelen van het Latijn in de Romeinse liturgie

Zoals we zagen heeft het Latijn het Grieks vervangen als officiële taal van de Kerk van Rome in de IVe eeuw. Onder de voornaamste Kerkvaders die in een weids en mooi Latijn schreven tellen we de H. Ambrosius (339-397), de H. Augustinus van Hippo (354-430), de H. Gregorius de Grote (+ 461) en Paus Gregorius de Grote (540-604). Vooral Paus Gregorius de Grote gaf aan het Latijn zijn grote glans in de heilige liturgie, in zijn predikingen en in het algemeen gebruik door de Kerk.

De Kerk van de Romeinse ritus getuigde van een uitzonderlijk missionair dynamisme. Dat verklaart waarom een groot deel van de wereld werd geëvangeliseerd door herauten van de Latijnse ritus. Vele Europese talen die wij nu als modern beschouwen wortelen in het Latijn, de ene meer dan de andere. Zulks is het geval voor het Italiaans, het Roemeens, het Portugees en het Frans. Maar ook het Engels en het Duits hebben talrijke elementen die van het Latijn zijn afgeleid.

De Pausen en de Kerk van Rome hebben vastgesteld dat het Latijn om allerlei redenen zeer geschikt was. Het is de taal die past voor een universele Kerk, voor een Kerk waarin alle volkeren, alle talen en alle culturen zich thuis voelen, en waar niemand beschouwd wordt als een vreemdeling. Daarnaast bezit het Latijn een zekere stabiliteit die de dagelijks gesproken talen niet bezitten, waar nieuwe nuances in de betekenis van de woorden kunnen opduiken. Een voorbeeld hiervan is de vertaling van het Latijnse werkwoord propagare. Toen de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren werd opgericht in 1627, kreeg ze de naam Sacra Congregatio de Propaganda Fide. Maar in de tijd van het Concilie Vaticanum II gebruikten vele moderne talen de term “propaganda” in de zin waar wij “politieke propaganda” verstaan. Daarom verkiest men in de Kerk van heden de uitdrukking De propaganda fide te vermijden, de voorkeur gevend aan “Evangelisatie van de Volkeren”. Het Latijn heeft als eigenschap woorden en uitdrukkingen te bezitten die hun betekenis behouden van generatie tot generatie. Dit is een voordeel wanneer het gaat om ons katholiek geloof uit te drukken en pauselijke en andere kerkelijke documenten op te stellen. Ook de moderne universiteiten waarderen deze eigenschap, vermits sommige van hun plechtige titels in het Latijn zijn. De zalige Johannes XXIII, in zijn Apostolische Constitutie Veterum Sapientia, gepubliceerd op 22 februari 1962, brengt daarvoor twee redenen naar voren en geeft er nog een derde. Het Latijn heeft een niet te verwaarlozen adel en waardigheid (cfr. Veterum Sapientia, 5, 6, 7). Wij mogen eraan toevoegen dat het Latijn bevattelijk, duidelijk en poëtisch evenwichtig is.

Is het niet wonderbaar dat personen, in het bijzonder clerici ― als ze goed gevormd zijn ― elkaar kunnen ontmoeten op internationale samenkomsten en in staat zijn met mekaar communicatie te hebben, is het maar in het Latijn ? En, wat belangrijker is, is het niet opmerkelijk dat meer dan één miljoen jongeren mekaar konden ontmoeten op de Wereldjongerendagen van Rome in 2000, van Toronto in 2002 en van Keulen in 2005, en zekere gedeelten van de Mis in het Latijn konden zingen, met name het Credo ? Wanneer de theologen zonder veel moeilijkheden de oorspronkelijke teksten van de eerste Latijnse Vaders en de Scholastieken kunnen bestuderen, dan is het omdat die teksten in het Latijn waren geschreven.

Het is juist dat er een strekking bestaat, zowel binnen de Kerk als in de wereld in het algemeen, meer aandacht te schenken aan de moderne talen zoals het Engels, het Frans en het Spaans, die ons kunnen helpen sneller een betrekking op de arbeidsmarkt te vinden of bij het Ministerie van Buitenlandse zaken van ons land. Maar de aansporing van paus Benedictus XVI gericht tot de studenten van de Faculteit van klassieke en christelijke letterkunde van de Pontificale Salesiaanse Universiteit te Rome, aan het slot van de Generale Audiëntie van woensdag 22 februari 2006, behoudt zijn hele waarde en belang. En hij sprak ze uit in het Latijn ! Ziehier een vrije vertaling ervan : “Terecht hebben onze voorgangers aangedrongen op de studie van de grote Latijnse taal opdat men beter zou kunnen de heilbrengende leer van de kerkelijke en humanistische teksten leren. Zo ook nodig ik u uit deze activiteit aan te kweken, opdat een zo groot mogelijk aantal personen tot deze schat toegang zouden kunnen vinden en er de belangrijkheid van waarderen “ (in L'Osservatore Romano, 45, 23 feb. 2006, p.5).

4. De Gregoriaanse zang

“De liturgische handeling neemt een edeler vorm aan wanneer de goddelijke diensten plechtig gevierd worden met gezang“ (Sacrosanctum Concilium, 113). Volgens een oud gezegde, bis orat qui bene cantat, wat wil zeggen : “Wie goed zingt, bidt tweemaal”. Dit omdat de diepte die het gebed aanneemt wanneer het gezongen is, de vurigheid ervan versterkt en zijn doelmatigheid vermenigvuldigt (cfr. Paulus VI, Toespraak tot de Italiaanse Schola cantorum op 25 september 1977, Notitiae 136, nov. 1997, p. 475).

Goede muziek helpt bij het bidden, verheft de ziel van de gelovigen tot God en geeft aan wie ze beluisteren een voorsmaak van de goddelijke goedheid.

In de Latijnse ritus maakt wat bekend staat onder de naam “Gregoriaanse zang” een deel uit van de traditie. Er bestond wel een bijzondere liturgische zang in Rome vóór Gregorius de Grote (+ 604). Maar het was deze grote Paus die aan deze zang de voorrang gaf. Na de H. Gregorius ontwikkelde deze zang zich verder en verrijkte zich tot aan de beroeringen die het einde van de Middeleeuwen betekenden. De kloosters, in het bijzonder deze van de Benedictijnerorde, hebben veel gedaan tot behoud van deze erfenis.

De gregoriaanse zang wordt gekenmerkt door een meditatief en bewogen ritme. Hij raakt de diepte van de ziel. Hij geeft uitdrukking aan de vreugde, de droefheid, het berouw, het verzoek, de hoop, de loftuiging of de dank die eigen zijn aan een bepaald feest, aan een deel van de Mis of aan ieder ander gebed. Hij maakt de psalmen levendiger. Hij straalt een universele schittering uit, die het passend maakt voor alle culturen en voor alle volkeren. Hij wordt hoog geschat zowel in Rome, als in Solesmes, Lagos, Toronto of Caracas. Hij weerklinkt in de kathedralen, seminaries, heiligdommen, bedevaartplaatsen en traditionele parochies.

De heilige Paus Pius X heeft de Gregoriaanse zang in 1904 hooggeprezen (Tra le Sollecitudini, 3). Het Concilie Vaticanum II betuigde hem lof in 1963 : “De Kerk herkent in de Gregoriaanse zang het eigen gezang van de Romeinse liturgie; het is dus die zang die in de liturgische handelingen, in alle gelijkwaardige zaken, de eerste plaats moet bekleden (Sacrosanctum Concilium, 116). De dienaar Gods en Paus Johannes II herhaalde deze lof in 2003 (cfr. Chirograaf voor het eeuwfeest van Tra le Sollecitudini, 4-7, in Cong. voor de Eredienst en de bediening van de sacramenten, Spiritus et Sponsa, 2003, p. 130). Ter gelegenheid van een samenkomst te Rome einde 2005, moedigde Paus Benedictus XVI de internationale vereniging van de Pueri Cantores, die een grote plaats heeft ingeruimd aan de Gregoriaanse zang, aan. Te Rome en in de hele wereld hebben talrijke koren, samengesteld zowel uit professionelen als uit liefhebbers, deze gezangen schitterend uitgevoerd en aldus het enthousiasme dat zij hun inspireren, overgebracht.

Het is niet waar dat de lekengelovigen de gregoriaanse zang niet willen zingen. Integendeel, zij vragen dat de priesters, de monniken en de religieuzen deze schat met hen zouden delen. De CD’s die zijn opgenomen door de Benedictijnse monniken van Silos, door hun moederhuis van Solesmes en door vele andere gemeenschappen worden door de jongeren veel gevraagd. De kloosters worden bezocht door personen die graag de lauden zingen, vooral ook de vespers. Ter gelegenheid van een plechtigheid van de wijding van elf priesters die ik in juli laatstleden vierde in Nigeria, hebben ongeveer 150 priesters het eerste eucharistisch gebed gezongen in het Latijn. Het was heel mooi. De aanwezige gelovigen, hoewel zij geen latinisten waren, hebben dit zeer op prijs gesteld. Het zou normaal moeten zijn dat in de parochies waar iedere zondag vier of vijf Missen worden gevierd, één ervan in het Latijn zou worden gezongen.

5. Heeft Vaticanum II het gebruik van het Latijn ontmoedigd ?

Sommigen denken of hebben de indruk dat het IIe Vaticaans Concilie het gebruik van het Latijn in de liturgie heeft ontmoedigd. Welnu, daar is niets van aan.

In 1962, juist voor de opening van het Concilie, heeft de Gelukzalige Johannes XXIII een Apostolische Constitutie opgesteld, waarin hij aandrong op het gebruik van het Latijn in de Kerk. Het Concilie Vaticanum II, hoewel het het invoeren van de volkstaal toegelaten heeft, heeft de nadruk gelegd op de plaats van het Latijn : “Het gebruik van de Latijnse taal, behalve in een bijzonder recht, zal worden behouden in de Latijnse ritus” (Sacrosanctum Concilum, 36). Het Concilie heeft ook aan de seminaristen gevraagd “de kennis van het Latijn te bezitten die hun zal toelaten de bronnen van zoveel wetenschappen en de kerkelijke documenten te verstaan en te gebruiken” (Optatam Totius, 13). Het Wetboek van kerkelijk Recht dat in 1983 werd gepubliceerd luidt : “De Eucharistieviering zal gebeuren in het Latijn, of in een andere taal, op voorwaarde dat de liturgische teksten wettig werden goedgekeurd “ (can. 928).

Bijgevolg, zij die de indruk willen geven dat de Kerk het Latijn uit de liturgie heeft willen schrappen, vergissen zich. In april 2005 heeft men op wereldvlak een manifestatie bijgewoond van verknochtheid aan een liturgie die goed wordt gevierd in het Latijn, wanneer miljoenen personen op de televisie de uitvaart van Paus Johannes Paulus II hebben gevolgd en, twee weken later, de Mis van inhuldiging van het Pontificaat van Benedictus XVI.

Het is belangrijk dat de jongeren graag aanvaarden dat de Mis al eens gevierd wordt in het Latijn. Zeker, de problemen ontbreken niet. Er kunnen ook misverstanden of verkeerde benaderingen zijn van de priesters omtrent het gebruik van het Latijn. Maar om dit vraagstuk goed te kunnen situeren, moeten we eerst het gebruik van de volkstaal in de liturgie van de Romeinse ritus vandaag onderzoeken.

6. De volkstaal. Invoering. Verspreiding. Voorwaarden.

Het invoeren van de lokale talen in de heilige liturgie van de Latijnse ritus is geen verschijnsel dat onverwacht is opgedoken. Na gedeeltelijke proeven in sommige landen tijdens de voorafgaande jaren, hebben de Concilievaders van Vaticanum II, na lange en zeer bewogen debatten het principe goedgekeurd volgens hetwelk het gebruik van de landstaal tijdens de Mis of tijdens andere delen van de liturgie, een voordeel kon bieden voor de mensen. Het jaar daarop besloot het Concilie dit beginsel toe te passen op de Mis, op het rituale en op de Getijden (cf. Sacrosanctum Concilium, 36, 54, 63, 76, 78, 101). Daaruit volgde een meer frekwent gebruik van de volkstalen. Maar de Concilievaders drongen aan op het behoud van het Latijn, alsof ze voorzagen dat het geleidelijk terrein zou kunnen verliezen. Het reeds aangehaalde artikel 36 van de Constitutie voor de heilige Liturgie vangt aan met de afkondiging dat “het gebruik van het Latijn, behalve in het bijzonder recht, moet behouden blijven in de Latijnse ritus”. Het artikel 54 duidt de te volgen modaliteiten aan opdat “de gelovigen samen ook de delen van het ordinarium van de Mis die hun toekomen in het Latijn zouden kunnen zeggen of zingen”. In de viering van de getijden “volgens de eeuwenoude traditie van de Latijnse ritus in het goddelijk officie, moeten de clerici het Latijn behouden” (SC 101).

Maar bij het stellen van de grenzen hebben de Concilievaders de mogelijkheid voorzien van een meer uitgebreid gebruik van de landstaal. Het artikel 54 voegt er inderdaad aan toe : “Indien ergens een breder gebruik van de landstaal gepast lijkt, zal men wat voorgeschreven is door artikel 40 van de Constitutie naleven”. Het artikel 40 bevat richtlijnen betreffende de rol van de Bisschopsconferenties en van de Apostolische stoel in een zo delicate zaak. De volkstaal werd ingevoerd. De rest maakt deel uit van de geschiedenis. De ontwikkeling was zo snel dat thans sommige clerici, religieuzen en lekengelovigen erover onwetend zijn dat het Concilie Vaticanum II niet in alle delen van de liturgie de volkstaal heeft ingevoerd. Verzoeken tot uitbreiding van het gebruik van de volkstaal lieten niet op zich wachten. Op het aandringen van sommige Bisschopsconferenties liet Paus Paulus VI eerst de viering van de prefatie van de Mis toe in de volkstaal (cfr. Brief van de Kardinaal Staatssecretaris, 27 april 1965), daarna de hele Canon en de gebeden van de priesterwijding in 1967. Ten slotte op 14 juni 1971 publiceerde de Congregatie voor de goddelijke eredienst een mededeling waarbij de Bisschopsconferenties het gebruik van de volkstaal konden toestaan in alle teksten van de Mis, en waarbij ieder Ordinarius dezelfde toelating kon geven voor de in koor of privé-viering van de getijden (voor deze ontwikkeling, zie A.G. Martimort : Le dialogue entre Dieu et son peuple, in A.G. Martimort : L'Église en prière, op. cit.). De redenen voor de invoering van de landstaal zijn niet moeilijk te begrijpen. Ze bevordert een beter begrip van het gebed van de Kerk. “Onze Moeder de Kerk verlangt vurig dat alle gelovigen tot de volle, bewuste en actieve deelname zouden gebracht worden die vereist is door de aard van de liturgie zelf en die, ingevolge zijn doopsel, een recht en een plicht is voor het christenvolk “(SC 14).

Tevens is het niet moeilijk zich in te beelden in hoever het vertaalwerk ingewikkeld en delicaat is. Het vraagstuk van de aanpassing en de inculturatie is nog complexer, rekening houdend met het gewijde van de sacramentritussen, met de eeuwenlange traditie van de Latijnse ritus en de nauwe band tussen geloof en cultus, die goed werd uitgedrukt door de oude formule : lex orandi, lex credendi.

Laten we nu overgaan tot de netelige vraag van de vertalingen van de liturgie in de volkstaal.

7. De vertalingen in de volkstaal

De vertaling van de liturgische teksten uit het origineel Latijn naar de verschillende volkstalen is een zeer belangrijk element van het gebedsleven van de Kerk. Het is geen zaak van privé-gebed, maar van publiek gebed dat door onze Moeder de Kerk met als Hoofd Jezus Christus, wordt aangeboden. De Latijnse teksten werden voorbereid met de grootste aandacht voor de Leer, in een juiste formulering, “vrij van iedere ideologische beïnvloeding, en met de nodige hoedanigheden opdat de heilige heilsgeheimen en het onwankelbaar geloof van de Kerk doelmatig zouden worden overgebracht, bij middel van mensentaal, tot het gebed en een waardige aanbidding die aan de Allerhoogste wordt aangeboden“ (Liturgiam Authenticam, 3). De in de heilige liturgie gebruikte bewoordingen drukken het geloof van de Kerk uit en worden erdoor gestuurd. De Kerk moet er dus de grootste zorg aan besteden, in het richten, het voorbereiden en het goedkeuren van de vertalingen, opdat geen ongeëigend woord in de liturgie zou worden ingevoerd door iemand die daarvoor een persoonlijk doel zou hebben of die onvoldoende bewust is van de ernst van de ritussen.

De vertalingen moeten dus getrouw zijn aan de originele Latijnse tekst. Ze mogen geen vrije samenstellingen zijn. Zoals Liturgiam Authenticam , het voornaamste document van de Heilige Stoel dat richtlijnen geeft voor de vertalingen, het zegt : “De vertaling van de liturgische teksten van de Romeinse liturgie is geen werk van creatieve vernieuwing; het gaat er integendeel om de originele teksten met getrouwheid en nauwkeurigheid te vertalen in de volkstalen” (n.20).

Het genie van de Latijnse ritus moet geëerbiedigd blijven. De drievoudige herhaling is ervan een van de kenmerken. Ziehier enkele voorbeelden : Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa ; Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison, Agnus Dei qui tollis…, drie maal. Een aandachtige studie van het Gloria in Excelsis Deo brengt ook drievouden aan het licht. De vertalingen mogen dit kenmerk niet afschaffen of verwateren.

De Latijnse liturgie drukt niet enkel feiten uit, ook gevoelens, gewaarwordingen, bijvoorbeeld de verhevenheid van God, Zijn majesteit, zijn barmhartigheid en zijn onbeperkte liefde (cfr. Liturgiam Authenticam, 25). Uitdrukkingen als Te igitur, clementissime Pater, Supplices te rogamus, Propitius esto, veneremur cernui, Omnipotens et misericors Dominus, nos servi tui, mogen niet afgezwakt worden of gedemocratiseerd door een beeldenstormende vertaling. Een aantal van deze Latijnse uitdrukkingen zijn moeilijk te vertalen. Men moet zich wenden tot de beste specialisten inzake liturgie, klassiek, patrologie, theologie, spiritualiteit, muziek en letterkunde, om te komen tot vertalingen die mooi zijn op de lippen van onze heilige Moeder de Kerk. De vertalingen moeten de vroomheid, de dankbaarheid en de aanbidding voor de verheven majesteit van God weergeven, de honger naar God bij de mens, alles wat duidelijk voorkomt in de Latijnse teksten. Paus Benedictus XVI, in zijn boodschap aan het Engels comité Vox Clara, op 9 november 2005, spreekt van vertalingen die “erin slagen de schatten van het geloof en de liturgische traditie over te brengen in de bijzondere context van een vrome en vurige Eucharistieviering “ (in Notitiae, 471-472, nov-dec 2005, p. 557).

Talrijke liturgische teksten zijn rijk aan bijbelse uitdrukkingen, tekenen en symbolen. Ze bevatten modellen van gebed die hun oorsprong vinden in de psalmen. De vertaler mag al dat niet ignoreren.

Een heden ten dage door miljoenen mensen gesproken taal bezit natuurlijk talrijke nuances en varianten. Er is een verschil tussen het Engels dat gebruikt wordt in de Grondwet van een land, dat van de President van een Republiek, de gebruikstaal van de dokwerkers of die van de studenten, en het gesprek tussen ouders en kinderen. De wijze van zich uit te drukken kan niet dezelfde zijn in al deze omstandigheden, zelfs indien allen Engels spreken. Welke vorm moeten de liturgische vertalingen aannemen ? Zeker, de liturgische volkstaal moet begrijpelijk zijn en gemakkelijk te verkondigen en te begrijpen. Tevens moet ze waardig zijn, sober, stabiel en niet onderworpen aan veelvuldige wijzigingen. Men moet niet aarzelen bewoordingen te gebruiken die niet algemeen in het dagelijks gebruik voorkomen, of bewoordingen die bij het geloof en de katholieke cultus aansluiten. Zo spreekt men van een kelk, niet eenvoudigweg van een beker, een pateen en niet een schotel, een ciborie en niet een vat, een priester en niet een celebrant, een gewijde hostie en niet een gewijd brood, een gewaad en niet een kleed. Hieromtrent zegt men in Liturgiam Authenticam : Vermits de vertaling de eeuwenoude schat moet overbrengen in een begrijpelijke taal voor de cultuur waartoe ze zich richt... moet men zich niet verbazen dat deze taal hier en daar verschilt van deze van het leven van elke dag” (n.47).

De verstaanbaarheid wil niet zeggen dat ieder woord onmiddellijk door eenieder kan begrepen worden. Beschouwen we aandachtig het Credo. Het is een “Symbolum”, een plechtige verklaring die ons geloof samenvat. De Kerk moest heel wat algemene concilies samenroepen om te komen tot de exacte formulering van sommige artikelen van ons geloof. In de Mis begrijpen niet alle katholieken onmiddellijk en volledig sommige vormen van de katholieke liturgie, zoals de Menswording, de Schepping, de Passie, de Verrijzenis, van dezelfde natuur als de Vader, die voortkomt van de Vader en de Zoon, werkelijke aanwezigheid of almachtige God. Dit is geen zaak van Engels, Frans, Italiaans, Hindi of Swahili. De vertalers mogen geen beeldenstormers worden die vernielen of vervormen naargelang zij vertalen. Alles kan niet uitgelegd worden tijdens de liturgische viering. De liturgie behandelt niet volledig de hele activiteit van de Kerk (cfr. Sacrosanctum Concilium, 9). De theologie, de catechese en de prediking zijn evenzeer nodig. En zelfs na een goede catechese blijft het mysterie van ons geloof een mysterie.

Werkelijk, we mogen zeggen dat het belangrijkste in de godsdienst niet is ieder woord of ieder begrip te verstaan. Het belangrijkste is dat wij een houding aannemen van vroomheid en vrees voor God, dat wij Hem aanbidden, Hem lof brengen en Hem dank zeggen. Het heilige, de zaken van God, moeten benaderd worden zonder vooropgezette ideeën.

In het gebed is het eerst de taal die ons in contact brengt met God. Natuurlijk dient de taal ook om een verstaanbare communicatie tot stand te brengen tussen mensen. Maar het contact met God moet voorrang hebben. Bij de mystiekers benadert het contact met God -en bereikt soms- het onuitsprekelijke, de mystieke stilte waar de taal ophoudt.

Het feit dat de liturgische taal in zekere aspecten verschilt van onze dagelijkse taal is dus niet verrassend. De liturgische taal spant zich in om het christelijk gebed uit te drukken waardoor wij de mysteries van Christus vieren.

Laat mij toe, als synthese van deze diverse elementen die nodig zijn om een goede liturgische vertaling te maken, de uiteenzetting aan te halen van Paus Johannes-Paulus II tot de Amerikaanse bisschoppen van Californië, Nevada en de Hawaii-eilanden bij hun bezoek aan Rome in 1993. De Heilige Vader drong aan dat de doctrinale integriteit en de schoonheid van de originele teksten zouden worden behouden : “Een van onze verantwoordelijkheden op dit gebied is het ter beschikking stellen van geëigende vertalingen van de officiële liturgische boeken, opdat na inzage en bevestiging van de Heilige Stoel, ze het instrument zouden kunnen zijn en de waarborg van een authentieke mededeling over het mysterie van Christus en van de Kerk. Lex orandi, lex credendi. De taak van de vertaler is moeilijk, want hij moet erop letten de volledige integriteit van de doctrine te behouden en de schoonheid van de originele teksten, volgens het genie van iedere taal. Terwijl de mensen dorsten naar de levende God ― waarvan de majesteit en het medelijden in het hart zijn van het liturgisch gebed ― moet de Kerk antwoorden met een taal van lof en van eredienst die de eerbied en de dankbaarheid voor de grootheid van God, Zijn barmhartigheid en Zijn macht verheerlijkt. Wanneer de gelovigen samen komen om het werk van onze Verlosser te vieren, moet de taal van het gebed ― vrij van iedere doctrinale onduidelijkheid en van alle theologische beïnvloeding ― de waardigheid en de schoonheid van de viering zelf verheffen, door getrouw het geloof van de Kerk en de eenheid ervan uit te drukken” (in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, XVI, 2, 1993, p. 1399-1400).

Uit deze beschouwingen vloeit voort dat de Kerk een aandachtig gezag moet uitoefenen over de liturgische vertalingen. De verantwoordelijkheid voor de vertaling van de teksten berust bij de Bisschopsconferentie, die de vertalingen aan de Heilige Stoel voorlegt voor de noodzakelijke erkenning (cfr. SC 36 ; C.I.C. can. 838 ; Liturgiam Authenticam, 80). Daaruit volgt dat niemand, ook geen priester of diaken het gezag heeft om de goedgekeurde formulering van de heilige liturgie te wijzigen. Dat is een zaak van gezond verstand. Maar men stelt soms vast dat het gezond verstand niet erg verspreid is. Daarom heeft Redemptionis Sacramentum eraan gehouden uitdrukkelijk te herbevestigen : “Het volgende gebruik, dat uitdrukkelijk afgekeurd wordt, moet ophouden : hier en daar gebeurt het dat priesters, diakens op eigen initiatief veranderingen of varianten invoeren van de teksten van de heilige liturgie die ze moeten uitspreken. Deze handelwijze heeft inderdaad tot gevolg dat de viering van de heilige liturgie gedestabiliseerd wordt, en het is niet zeldzaam dat zij gaat tot de verandering van de authentieke betekenis van de liturgie” (Red. Sacramentum, 59 ; cfr. ook de Algemene Inleiding tot het Romeins Missaal, n. 24).

8. Wat wordt van ons verwacht ?

Om deze bedenkingen te besluiten, kunnen wij ons afvragen wat men van ons verwacht. Wij moeten ons best doen om de door de Kerk in de liturgie gebruikte taal naar waarde te schatten en onze harten en onze stemmen één te maken volgens de aanwijzingen van iedere liturgische ritus. Alle lekengelovigen kennen geen Latijn, maar ze kunnen ten minste de eenvoudigste antwoorden in het Latijn leren. De priesters moeten meer aandacht geven aan het Latijn, en nu en dan een mis in het Latijn vieren. In de grote kerken waar op zondag en op de feestdagen meerdere Missen worden gevierd, waarom niet één ervan in het Latijn ? In de landelijke gemeenten, zou één Mis in het Latijn moeten mogelijk zijn, zeggen we eens per maand. In de internationale samenkomsten is het Latijn nog meer noodzakelijk. Daarom moeten de seminaries zich erop toeleggen de priesters voor te bereiden en te vormen in het gebruik van het Latijn (cfr. Synode der Bisschoppen, oktober 2005, Prop. 36).

Alle verantwoordelijken van de vertalingen in de volkstaal moeten zich inzetten volgens de richtlijnen van de documenten van de Kerk, voornamelijk Liturgiam Authenticam. De ervaring toont aan dat het niet overbodig is de priesters, de diakens en al wie de liturgische teksten voorlezen eraan te herinneren dat zij deze moeten duidelijk lezen en met de vereiste vroomheid.

De taal is niet alles. Maar ze is een der belangrijkste elementen, die een grote aandacht vereisen opdat de vieringen mooi en vroom zouden zijn. Het is voor ons een eer deel te hebben aan de stem van de Kerk in het openbaar gebed. Dat de gelukzalige maagd Maria, Moeder van het vleesgeworden Woord waarvan wij de geheimen vieren in de heilige liturgie, voor ons allen de genade bekomen moge onze rol te vervullen door onze zang deel te nemen aan de lofzang van de Heer in het Latijn of in de volkstaal.

Laatst geupdate op ( woensdag 03 januari 2007 )
 
< Vorige   Volgende >

Gebruikers online

Meld u aan/af






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
© 2008 a.s.b.l. DvDoc v.z.w.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.