• Nederlands
  • Français

In 't kort

Ideeën hebben we genoeg bij DvDoc, maar we missen medewerkers: meldt u aan en Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken ons om lid te worden en actief deel te nemen aan de ontwikkeling van deze website,
 

Webboekhandel


Toon alle producten


Uitgebreid Zoeken
Bekijk Mandje
uw mandje is momenteel leeg.

RSS abonnement


Startpagina

Reacties op de rede van paus Benedictus Afdrukken E-mail
Geschreven door José María Brosa   
vrijdag 29 september 2006

De fameuze rede van Benedictus XVI in Regensburg op 12 september heeft veel reacties gelokt in de media.

ImageWe hebben in de pers overwegend positieve commentaren op de toespraak van Benedictus XVI gelezen. Hieronder vindt u drie ervan: van een theoloog en kerkhistoricus van de K.U. Leuven, van een redactrice van de krant en van een correspondent van The National Catholic Reporter en Vaticaankenner. Alle drie zijn in De Standaard verschenen.

Een man van de dialoog

De Standaard, maandag 18 september 2006

Jürgen Mettepenningen

(De auteur is theoloog en kerkhistoricus, KU Leuven)

BENEDICTUS XVI als vertegenwoordiger van de anti-islam. Met die visie in het achterhoofd werd hij in het parlement van Pakistan weggestemd. Het parlement eist de excuses van de paus. Het Vaticaan van zijn kant eist rust: de paus heeft het allemaal zo niet bedoeld. En gelijk heeft het Vaticaan, ook al bezorgt het christelijke islamologen ongetwijfeld enkele zweetdruppels op het voorhoofd.

Voor alle duidelijkheid moeten drie zaken op een rijtje gezet worden.

Ten eerste de kwalijk genomen uitspraken zelf. De paus heeft die gedaan in een toespraak aan de universiteit van Regensburg, tijdens zijn reis afgelopen week in Duitsland. De titel van de toespraak luidt "Geloof, rede en de universiteit: herinneringen en gedachten". Dit thema doet de paus - zelf een oud-professor aan een Duitse universiteit - terugdenken aan een gesprek in de veertiende eeuw tussen de Byzantijnse keizer Manuel II Paleologus en een Perzische geleerde. De eerste is christen, de tweede een moslim. Beide heren hebben het onder meer over de jihad, de heilige oorlog. Paus Benedictus citeert de keizer die zegt: "Toon me wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht, dan zul je alleen kwaadaardige en onmenselijke dingen tegenkomen, zoals zijn opdracht om het geloof te verspreiden met het zwaard". Dat is uiteraard een zware uitspraak, maar het is de paus niet te doen om de islam te schofferen. Zijn toespraak heeft een ander doel, namelijk om aan te tonen dat geweld ingaat tegen de menselijke rede en dus tegen de menselijke natuur. Bijgevolg ook tegen de wil van God. God heeft de mens niet geschapen om zich aan geweld te bezondigen, want dat zou 'zonde' zijn. Benedictus XVI haalt dit gesprek tussen een christen en een moslim aan als een voorbeeld van dialoog tussen godsdiensten. De islam was ten tijde van dat gesprek ongeveer achthonderd jaar oud. Inmiddels zijn we nog eens zevenhonderd jaar verder. De paus wil de uitspraken van de keizer niet recupereren, maar wil ze alleen aanhalen binnen het historisch overzicht dat hij in zijn toespraak biedt van het denken over de verhouding van geloof en rede. Kortom, de uitspraak van de keizer is in sommige moslimkringen en in de media uit de context van de toespraak gehaald en zo bijvoorbeeld door het Pakistaanse parlement misplaatst veroordeeld. De paus is geen vertegenwoordiger van de anti-islam. Hij veroordeelt in zijn speech het religieus gemotiveerd geweld, dat van toen en dat van vandaag. Bovendien herhaalt de paus zijn bekend discours, namelijk dat een rede die doof is voor God geen cultuur van dialoog kan bevorderen. Dat is een mening die christenen en moslims delen. Wanneer de woordvoerster van het Pakistaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dus zegt dat eenieder die de islam als intolerant omschrijft aanzet tot geweld, dan zegt dat meer over datgene wat ze vertegenwoordigt dan over de paus De Pakistaanse regering en andere moslimkringen zouden beter de hele redevoering lezen in plaats van passages verkeerd te interpreteren. Benedictus is een man van dialoog.

De tweede zaak die moet worden vernoemd betreft een inmiddels verre achtergrond. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) is er een belangrijk document ontstaan over de verhouding tussen het christendom, het jodendom én de islam. Waar voorheen vooral de verschillen werden benadrukt, legt men in dit document de klemtoon op de gemeenschappelijke zaken. De drie godsdiensten hebben één God, een 'heilig boek', een gemeenschappelijke 'vader' (Abraham). Dat document (Nostra Aetate) werd algemeen goed onthaald. Het was een grote stap om te wijzen op parallellen in plaats van verschillen. Het imago van paus Johannes XXIII als verzoener wordt erdoor versterkt, ook al wordt het document door de concilievaders goedgekeurd door zijn opvolger, paus Paulus VI. Benedictus heeft van bij zijn aantreden als paus beklemtoond dat hij in de lijn van het concilie wil staan.

De derde zaak die genoemd moet worden als verstaanshorizon is datgene wat paus Benedictus XVI zelf al heeft gedaan als paus. Reeds tijdens zijn toespraak tot de kardinalen, net na zijn verkiezing tot paus, zei Benedictus dat hij een open dialoog voorstond met andere godsdiensten. Ook in het besluit van zijn redevoering zegt hij dat. Tijdens zijn eerste buitenlandse reis, ook naar Duitsland, had de paus overigens contact met moslims. Hij zet het pad van dialoog van zijn voorganger, paus Johannes Paulus II, verder.

Paus Benedictus XVI doet zijn naam alle eer aan, in die zin dat hij een waardige opvolger is van Benedictus XV: hij wil verzoenen in plaats van verdeeldheid scheppen. Hij beseft maar al te goed dat de wereld zich vandaag bevindt in het gevaarlijk spanningsveld tussen het Westen en de islam, waarbij beide elkaar met woorden en met daden te lijf gaan vanuit etiketten die zeer radicaal zijn en daarom dikwijls misplaatst. Deze paus is te intellectueel om zich binnen het kader van een universiteit te verspreken. De dag na de vijfde verjaardag van 9/11 heeft Benedictus XVI niets verkeerd willen doen. Hij bedoelde niets negatiefs te zeggen ten aanzien van de islam. Integendeel, hij wil de islam de hand reiken, net zoals in de veertiende eeuw een christelijke keizer en een islamitische geleerde met elkaar in gesprek gingen. Benedictus reikt de hand vanuit datgene wat bindt: het geloof in één God, de weg die christenen samen gaan in het voetspoor van Abraham, geleid door woorden en voorbeelden in het heilig boek.

De paus heeft het recht om geweldloosheid te prediken en God ver van alle geweld te houden, ook al roept men bij dat geweld Gods naam in. In die zin is zijn toespraak tegen iedere vorm van geweld dat door moslims en christenen wordt gepleegd. Benedictus moet dus niet worden aangevallen, maar net bewonderd.

Doorgeprikt staat netjes.

Benedictus qui venit

De Standaard, vrijdag 22 september 2006

Mia Doornaert

WANNEER is genoeg genoeg? De paus heeft tot driemaal toe gezegd dat het hem spijt dat één zinnetje uit een toespraak moslims heeft kunnen kwetsen. Maar het bleef kritiek regenen op Benedictus XVI.

Dat de paus de wind van voren kreeg van antiklerikalen was te verwachten. We zijn al lang gewend aan het merkwaardige spagaat van papenvreters die wel respect voor de godsdienst willen als het over de islam gaat. Maar ook de ondervoorzitster van de CD&V vond het nodig zich namens de paus in het stof te wentelen (DS 20 september).

Verbazingwekkend is telkens weer de redenering die ontvouwd wordt. In onze westers/christelijke landen is de meningsvrijheid, waaronder godsdienstvrijheid, gegarandeerd, getuigen onder meer de moskeeën die uit de grond rijzen. Maar wij allen, en de paus in het bijzonder, moeten onze mond houden, want ooit waren er de inquisitie, en oorlogen, en kolonialisme.

Omgekeerd bestaan er nauwelijks democratische moslimlanden, en is er geen enkel waar echte godsdienstvrijheid bestaat. Ten hoogste worden andere godsdiensten gedoogd in een minderwaardig statuut. Geloofsafval is volgens de islam nog altijd strafbaar met de dood. Maar de islam is tolerant en modern, want ooit waren er kalif Averroës in het "multiculturele" Andaloesië van de twaalfde eeuw en moslimgeleerden die Aristoteles vertaalden.

Dat opportunistisch omspringen met verleden en heden is contraproductief, want het versterkt het wantrouwen bij de bevolking tegen de elites. Men mag de "gewone mens'' niet al te zeer onderschatten. Die stelt vandaag de dag vast hoeveel mensen staan te dringen om uit al die tolerante moslimlanden weg te geraken en naar het land van de grote satan of naar West-Europa uit te wijken. In de omgekeerde richting is de stroom bepaald minder druk.

Men kan niet blijven beweren dat dit verschil niets te maken heeft met de diverse intellectuele software van christendom en islam, bijvoorbeeld over de scheiding van kerk en staat.

Vreemd is ook dat de gematigde moslims alleen opduiken als het erop aankomt zogenaamd beledigende uitspraken over de islam te veroordelen. Waar zijn de betogingen tegen bijvoorbeeld de wreedheden van het Arabisch-islamitisch regime van Sudan tegen zwarte Afrikanen? Of tegen het stenigen van overspelige vrouwen of het ophangen van jonge homo's? De bekende Palestijns-Libanese journalist Rami Khouri betreurde jaren geleden al (DS 19 augustus 2004) dat stilzwijgen.

Het is ook onzin te doen of de betogingen tegen een uit zijn verband gerukt citaat van de paus spontaan uitbraken, en louter uiting waren van religieuze gevoeligheden. Het ging, net zoals in de rel over de Deense cartoons, om georganiseerde protesten, om politiek misbruik van religie. Als de Pakistaanse of Iraanse president, die luidkeels excuses eisten, het ware gelaat van "de islam" zijn, dan huldigt die een bijzondere vorm van bevrijdingstheologie.

Altijd worden we ook weer om de oren geslagen met het argument dat kritische uitspraken over de islam en de profeet Mohammed de "dialoog tussen de godsdiensten" niet dienen. Nou, dialoog is een tweerichtingsverkeer. En daar is tot nu toe niet zoveel van te merken. Paus Johannes Paulus II heeft excuses aangeboden voor de kruisvaarten. Maar christenen die durven verwijzen naar de verdwijning van de bloeiende christelijke gemeenschappen in Azië en Noord-Afrika na de islamitische veroveringen, of naar de verovering van Konstantinopel, zijn onmiddellijk integristen.

Na de theologische uiteenzetting van Benedictus XVI in Regensburg werd gezegd dat zijn omstreden citaat van een Byzantijnse keizer zijn komende reis naar Turkije in gevaar bracht.

Dat was, zoals Andrew Brown in zijn column "Comment is free" in The Guardian (15 september) schreef, erg ironisch. "Als de islam niet met het zwaard verspreid was, zou de paus nu geen reis aan het plannen zijn naar Turkije maar naar Klein-Azië, een christelijk land vol Grieken. En dan zou keizer Manuel II Pelaeologos niet vier jaar lang belegerd zijn, met niets beters te doen dan theologische gesprekken neer te schrijven, in een stad die toen Konstantinopel en nu Istanbul heet."

Inderdaad. Misschien kan de aandacht nu eindelijk eens gaan naar de zeer belangwekkende boodschap die Benedictus XVI bracht: dat "onredelijk handelen tegengesteld is aan de natuur van God" en dat geloof "zonder geweld en dreiging" hoort verkondigd te worden. Je hoeft geen "islamofoob" te zijn om vast te stellen dat vandaag de dag, en daar het gaat het toch om, het niet de paus van Rome is die fatwa's met doodsvonnissen lanceert.

Mia Doornaert is redactrice van deze krant. "Doorgeprikt staat netjes" verschijnt tweewekelijks op vrijdag.

De paus wil een dialoog met tanden

De Standaard, maandag 25 september 2006

John L. Allen jr.

(De auteur is de Vaticaanse correspondent van 'The National Catholic Reporter')

© AFP

DE houding van paus Benedictus XVI tegenover het islamitisch fundamentalisme kan ofwel de islam de kant van hervormingen opsturen, ofwel een wereldwijde 'botsing der beschavingen' ontketenen - of misschien allebei.

Gezien de context was het citaat van een veertiende-eeuwse Byzantijnse keizer dat paus Benedictus XVI vorige week aanhaalde over de profeet Mohammed die de wereld "alleen maar slechte en onmenselijke dingen" zou hebben gebracht, niet bedoeld als een salvo tegen de islamitische wereld. De paus mikte met die speech aan de universiteit van Regensburg in Duitsland feitelijk niet op de islam, maar op het Westen, en dan vooral op de westerse neiging om rede en geloof te scheiden. Ook veroordeelde hij religieus geweld - niet echt iets voor een kruisvaarder.

Het tumult dat deze uitspraken in de islamitische wereld hebben teweeggebracht, is dan ook tot op zekere hoogte een geval van 'Duitse professor meets soundbitecultuur', waarbij een zinsnede uit een doortimmerd academisch betoog de wereld rond is gevlogen en deze onbedoeld in lichterlaaie heeft gezet.

Als Benedictus iets had willen zeggen over de islam, dan zou hij ons over zijn bedoeling niet in het ongewisse hebben gelaten. Hij heeft over dat onderwerp gesproken en geschreven zowel voordat hij paus werd als nadien, en in de eerste anderhalf jaar van zijn pontificaat is een duidelijk standpunt naar voren gekomen: Benedictus wil een goede buurman zijn, maar hij is jegens de islam duidelijk meer een havik dan zijn voorganger Johannes Paulus II.

De nieuwe paus stelt zich harder op zowel inzake het terrorisme als met betrekking tot wat het Vaticaan 'wederkerigheid' noemt - de eis dat de islamitische landen de christenen en andere religieuze minderheden dezelfde rechten en vrijheden gunnen die de moslims in het Westen genieten. Toen Benedictus zondag in zijn apologie zei dat hij een "openhartige, oprechte dialoog" wenst, was het woord 'openhartig' niet toevallig gekozen. Hij wil een dialoog met tanden.

Kritisch

Het rooms-katholicisme beweegt zich onder Benedictus naar een kritischer houding ten aanzien van het islamitisch fundamentalisme. Dat zou ofwel de islam de kant van hervormingen op kunnen sturen ofwel een wereldwijde 'botsing der beschavingen' kunnen ontketenen - of misschien allebei.

Dat Benedictus de moslims persoonlijk welgezind is, is duidelijk. Toen bijvoorbeeld ayatollah Mohammad Emami Kashani, een lid van de machtige Raad van Hoeders van de Grondwet in Iran, in de jaren negentig een boek schreef waarin hij islamitische en christelijke eschatologische thema's met elkaar vergeleek, heeft Benedictus - toen nog kardinaal Joseph Ratzinger - een theologische gedachtewisseling met hem gehad in het Vaticaan.

Onmiddellijk na zijn inhuldigingsmis vorig jaar heeft Benedictus de moslims bedankt voor het bijwonen van een oecumenische bijeenkomst. "Ik spreek mijn waardering uit voor de groeiende dialoog tussen moslims en christenen", zei hij. Ik verzeker u dat de kerk bruggen van vriendschap wil blijven slaan naar de aanhangers van alle godsdiensten."

Toch heeft Benedictus ook stelling genomen tegen wat hij beschouwt als de islamitische neiging tot extremisme op basis van een letterlijke lezing van de koran. Toen ik hem in 1997 interviewde zei hij over de islam: "Wij moeten duidelijk begrijpen dat het een religieuze richting is die niet zomaar een plaats kan krijgen in het vrije domein van een pluralistische samenleving." In hetzelfde interview verweet hij sommige moslims dat zij aanzetten tot een radicale 'bevrijdingstheologie' - een overtuiging dat God geweld goedkeurt als middel om zich te ontdoen van Israël. Hij zei ook tegenstander te zijn van de Turkse kandidatuur voor de Europese Unie, met het argument dat Turkije "in blijvende tegenstelling tot Europa" staat, en hij opperde dat het in plaats daarvan beter een leidende rol kon spelen onder de islamitische landen.

Het komt dan ook niet als een verrassing dat Benedictus een andere toon heeft aangeslagen dan zijn voorganger. Johannes Paulus heeft meer dan zestig keer een onderhoud gehad met moslims, en is op zijn reis naar Syrië in 2001 als eerste paus een moskee binnengegaan. Hij heeft toenadering gezocht tot gematigde moslims. Hij heeft de moslims en de joden samen met de christenen de drie "zonen van Abraham" genoemd, en hij heeft onrechtvaardigheden die aan het islamitische terrorisme ten grondslag zouden liggen, veroordeeld.

Onder de katholieken klinkt echter al enige tijd een roep om een fermere houding. Dit komt deels door de vervolging van christenen in de islamitische wereld, zoals de moord, in februari, op een Italiaanse missionaris, Andrea Santoro, in Trabzon in Turkije. Een zestienjarige Turk trof pater Santoro met twee kogels, onder de uitroep "God is groot".

Wederkerigheid

Maar het sterkste motief is misschien wel de teleurstelling over de wederkerigheid. Een bekend voorbeeld: terwijl de Saoediërs in 1995 miljoenen dollars hebben bijgedragen tot de bouw van de grootste moskee van Europa in Rome, mogen christenen geen kerken bouwen in Saoedi-Arabië. Als geestelijken in Saoedi-Arabië het terrein van oliebedrijven of ambassades verlaten, lopen zij gevaar te worden lastiggevallen door de religieuze politie. De bisschop van die regio heeft onlangs gezegd dat de situatie hem "doet denken aan de catacomben".

Verscheidene ontwikkelingen in het Vaticaan hebben duidelijk gemaakt dat de paus deze zorgen deelt.

In de zomer van 2005 heeft Benedictus op een bijeenkomst met moslims in Keulen aangedrongen op een gezamenlijke inspanning om "de golf van wreed fanatisme te stuiten die het leven van zovele mensen bedreigt en die de voortgang naar de wereldvrede belemmert".

Op 15 februari heeft hij aartsbisschop Michael Fitzgerald, de islamexpert van Johannes Paulus II, van zijn ambt als hoofd van de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog ontheven en op een diplomatieke post in Egypte benoemd. Fitzgerald gold als de voornaamste duif van het Vaticaan in de betrekkingen met de moslims.

Diezelfde maand heeft bisschop Rino Fisichella, de rector magnificus van de Lateraanse Universiteit in Rome en een naaste vertrouweling van de paus, bekendgemaakt dat het tijd was om de "diplomatieke stilte" rond de vervolging van christenen te verbreken, en een beroep gedaan op de Verenigde Naties om "de samenlevingen en de regeringen van landen met een islamitische meerderheid te wijzen op hun verantwoordelijkheden".

In maart heeft kardinaal Camillo Ruini, de pauselijke vicaris voor Rome, twijfel geuit over oproepen om aan Italiaanse scholen de islam te onderwijzen; hij wilde zekerheid dat zulks "niet ruim baan zou geven aan indoctrinatie die gevaarlijk zou kunnen zijn voor de samenleving".

Ten slotte heeft Benedictus op 23 maart zijn 179 kardinalen bijeengeroepen voor overleg achter gesloten deuren. Toen is volgens deelnemers veel gesproken over de islam, waarbij men het erover eens was dat aan de wederkerigheid strenger de hand moest worden gehouden.

Het is duidelijk dat Benedictus door zijn eigen verklaringen en die van zijn naaste medewerkers de islamitische leiders ertoe hoopt aan te sporen hun geloof doeltreffend uit te dragen in een pluralistische wereld. De grote vraag is of het ook zo zal worden opgevat, of dat het de jihadisten alleen maar zal sterken in hun overtuiging dat een eeuwigdurende strijd tegen het christelijke Westen noodzakelijk is.

© International Herald Tribune

Laatst geupdate op ( zaterdag 09 juni 2007 )
 
< Vorige   Volgende >

Gebruikers online

Meld u aan/af






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
© 2008 a.s.b.l. DvDoc v.z.w.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.