• Nederlands
  • Français

In 't kort

Ideeën hebben we genoeg bij DvDoc, maar we missen medewerkers: meldt u aan en Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken ons om lid te worden en actief deel te nemen aan de ontwikkeling van deze website,
 

Webboekhandel


Toon alle producten


Uitgebreid Zoeken
Bekijk Mandje
uw mandje is momenteel leeg.

RSS abonnement


Startpagina arrow Artikels arrow Nieuws arrow Relaties Kerk en Staat in België

Relaties Kerk en Staat in België Afdrukken E-mail
Geschreven door Pierre François   
zaterdag 31 december 2005

De Gentse bisschop Luc Van Looy verklaarde voorstander te zijn van samenwerking tussen kerk en staat en wel door een open en vrije dialoog. Na de ophefmakende uitspraken van kardinaal Godfried Danneels in zijn kersthomilie over euthanasie is de verhouding tussen kerk en staat opnieuw actueel. Opdat die dialoog niet vrijblijvend zou verlopen, kan men zich de vraag stellen of het geen tijd is voor spijkerharde afspraken, zoals die traditioneel in een zogenaamd concordaat werden en worden vastgelegd. Het lijkt de moeite dat van dichterbij te bekijken, stelt Pastoor Luc De Maere in De Tijd, van 28 december 2005 onder de titel België heeft nood aan nieuw concordaat.

Wij publiceren dit artikel als documentatie omwille van zijn scherpe analyse, zoals het past op deze webstek, zonder ons uit te spreken over de grond van deze kwestie.

De term concordaat is bij ons vooral bekend van de overeenkomst die Napoleon in 1801 sloot met de toenmalige paus. Maar als bindend verdrag van internationaal recht gaat het terug tot het begin van de twaalfde eeuw en leeft het door tot op de dag van vandaag, getuige recente concordaten met onder andere Polen, enkele Duitse länder en Portugal, om op Europese bodem te blijven.

De Belgische grondwet heeft maar weinig overgenomen van het oude napoleontische concordaat, dat onder andere kerkelijke benoemingen van de staat afhankelijk maakte. Enkel het artikel dat een staatswedde regelde voor de bedienaren van de eredienst en dat een compensatie was voor het tijdens de Revolutie onteigende kerkelijke patrimonium staat tot vandaag in de grondwet.

Is er in die context dan niet voldoende plaats voor een open en vrije dialoog tussen kerk en staat? Henry Wagnon, een groot kerkelijk specialist terzake, verklaarde in 1971 nog tijdens een internationaal colloquium, dat voor hem het afsluiten van een concordaat niets noodzakelijks had en dat er staten waren — waaronder België — waar zulk een verdrag overbodig was. De reden daarvoor was volgens hem dat zij aan het kerkelijk gezag een voldoende autonomie toekenden, het respecteerden en het spontaan voordelen toestonden die niet noodzakelijk via een formeel bilateraal akkoord zouden kunnen worden bedongen.

Status-quo onzeker

Grondige verschuivingen in politiek landschap én levensbeschouwelijke constellatie maken echter dat de status-quo niet langer zeker is. Van kerkelijke zijde kan men zich afvragen of het wel goed is, zich te verschansen achter de bestaande regeling. Ze was als zodanig misschien vrij gunstig voor de katholieken en hun instellingen. Ze kan nu wel, onder invloed van een totaal nieuwe situatie waarop de kerkelijke autoriteiten nauwelijks of geen vat hebben, van de ene dag op de andere wijzigen, zonder dat men op dat moment nog de juridische middelen zou hebben om er gepast op te kunnen reageren.

De pijnpunten liggen op verschillende vlakken. De voornaamste lijken mij: de erkenning van de diplomatieke status van de Heilige Stoel; de onduidelijke betekenis van het lekenkarakter van de staat en zijn instellingen; de problemen rond uitzendtijd in de media; de aanstelling van aalmoezeniers in ziekenhuis, leger en gevangenis; het respecteren van zon- en feestdagen; de overheidsbemoeienis met katholieke instellingen als ziekenhuizen (bio-ethische kwesties) of scholen (levensbeschouwelijk pluralisme); de financiële positie van de clerus inzake wedde en pensioenregeling; het mordicus samenhouden van burgerlijk en kerkelijk huwelijk, ofschoon beide allang niet meer dezelfde lading dekken; enzovoort.

Misschien niet meteen alles, maar toch veel kan in zulk een akkoord tot een aanvaardbare oplossing worden gebracht. Tijdens een diplomatieke conferentie die in december 2001 in Rome gehouden werd, kwamen drie scharnieren ter sprake: de erkenning van de specificiteit van de kerk, die op gelijke voet dient behandeld te worden als de staat; de aanvaarding dat een regime van scheiding tussen kerk en staat geen scheiding tussen kerk en samenleving mag meebrengen; de zienswijze dat de kerk een dienst betekent aan het geheel van de samenleving.

Het tweede Vaticaans concilie heeft duidelijk gemaakt dat de kerk geen privileges zoekt. Waar het de kerk vandaag bovenal om gaat, is vrij te zijn om ten volle gestalte te kunnen geven aan haar opdracht midden de burgerlijke samenleving, zoals het in de Verklaring van Vaticanum II over de godsdienstvrijheid staat. Beide staan in dienst van de menselijke persoon en zullen dus wegen dienen te zoeken van onderlinge samenwerking, ook op institutioneel niveau.

De scheiding van kerk en staat komt echter niet in het gedrang. Evenmin de gelijkberechtiging van levensbeschouwelijke stromingen. Ook de Heilige Stoel dringt niet aan op een confessionele staat. Integendeel, Vaticanum II heeft zeer duidelijk gevraagd om godsdienstvrijheid als een algemeen recht van alle burgers en alle levensbeschouwelijke groeperingen. Ook de andere van overheidswege erkende godsdiensten en filosofieën worden van een goed akkoord met de katholieke godsdienst alleen maar beter, op grond van het reeds genoemde principe der gelijkberechtiging, dat trouwens gesanctioneerd werd door het 12de aanvullend protocol bij het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Wat vandaag nog onaantastbaar mag lijken, zal dat morgen of overmorgen niet meer zijn. Alleen al de numerieke verhoudingen tussen de levensbeschouwingen in het land zijn zozeer aan verschuivingen onderhevig, dat het voor kerkelijke instanties ook vandaaruit duidelijk zou moeten zijn dat het tijd is om in actie te schieten. De situatie smeekt gewoon om een duidelijker omschrijving van de wederzijdse verhoudingen. Zelfs een goed deelakkoord zou beter zijn dan voortdurend gekibbel.

Een laatste vraag is, uiteraard, of de kerk in deze materie noodzakelijk met de federale overheid tot een akkoord moet komen. De deelstaten beschikken bij ons immers ook over verdragsrecht en de kerk erkent zulke mogelijkheid, ook al zou dat uiteindelijk tot de splitsing van de Belgische kerkprovincie kunnen leiden. Los echter van het federaal-of-regionaal vraagstuk, is het dé vraag of een eerste stap te verwachten is van de Belgische bisschoppenconferentie, die sowieso een eersterangsrol zou moeten spelen in dit dossier.

Pastoor Luc De MaereDe auteur is doctor in kerkelijk recht en pastoor van Sint-Jacob in Antwerpen.

Laatst geupdate op ( zaterdag 31 december 2005 )
 
< Vorige   Volgende >

Gebruikers online

Meld u aan/af






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
© 2008 a.s.b.l. DvDoc v.z.w.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.