|
Op 14 juni 2005 publiceren vijf Hoogleraars in La Libre Belgique hun visie over het groeiend gebrek aan ethisch geweten in bepaalde wetenschappelijke milieu's over de behandeling van embryo's.
 Wat zoal in onze middens besproken wordt, bijzonder het wetenschappelijke, doet de persoonlijke gewetens insluimeren door het affirmeren van het alles kunnen van de mens en door het vermijden na te denken over de zin van de grenzen aan de mens.
Designerbaby's of draagmoeders : deze keuzes schetsen het nieuwe “gelaat” van onze maatschappij dat gebaseerd is op de “productie”, het “bezit”, het “selecteren” van menselijke wezens. Wie zwijgt, stemt toe.
Een reeks gebeurtenissen treedt op de voorgrond in de actualiteit : de promotie van de “euthanasie-kit”, de productie van designerbaby's, de discussies over draagmoeders, de verkoop van een baby op het Internet. Is de huidige toestand louter conjunctureel ? Hoe daarin geen samenhang te zien en een schrikbarende logica voor het menselijk wezen ? Worden de opties betreffende het kind [wel] genomen op basis van criteria van de eraan verschuldigde eerbied ? Zijn de gekozen paden [wel] wegen van leven ? Zeker is het lofwaardig het verlangen van personen in nood te beantwoorden (de volwassene die teveel lijdt, het kind dat door ziekte veroordeeld is); brengen die antwoorden [wel] een humane en duurzame verlichting voor al deze lijdenskreten ? Men kan het betwijfelen, gelet op het versnelde treffen van de beslissingen en op het gebrek aan redenering dat deze beheerst. Het menselijk geweten kan niet anders dan gekwetst zijn door de realiteiten van draagmoeders, geselecteerde embryo’s en designerbaby's. Het wordt voor de uitdaging geplaatst zich in te zetten door woord en daad.
Het vraagstuk van de designerbaby's lijkt ons kenschetsend. Waarom deze toepassing weigeren ? Eenvoudigweg omdat ze een gewelddadige omvorming van het menselijk wezen tot een werktuig is. Prothesebaby, cloonbaby, reddingsbaby : wij zitten in eenzelfde logica. Vanaf zijn conceptie heeft ieder menselijk wezen het onvervreemdbaar recht om voor zichzelf te bestaan, om zonder a priori en gratis te worden verwekt, om niet geprogrammeerd te worden door een project dat vreemd is aan hemzelf. Het is een “doel op zichzelf”, te eerbiedigen om zichzelf, drager van een niet-afstaanbare waardigheid. Er kan volstrekt niet over beschikt worden.
Als dit criterium van absolute eerbied voor het “mysterie” dat het is, niet erkend wordt, hoe het dan laten gelden voor andere broze menselijke levens, van de zieken, van de gehandicapten, van de armsten ? De onbeschikbaarheid van het menselijk lichaam staat in de traditie van de westerse cultuur geschreven. Zij werd vertaald in een eeuwenlange wijsheid en in wetten die thans erg aan het wankelen worden gebracht. “Onbeschikbaar” betekent niet “onraakbaar” : de bloedtransfusies en de orgaanoverplantingen bewijzen zulks, maar veronderstellen altijd de toestemming van de donor en de weigering om het menselijk lichaam te commercialiseren. Wij beschikken niet over andermans lichaam zonder zijn toestemming. Het lichaam van een kind hoort niet toe aan de dokters, noch aan de maatschappij, noch aan de familie. Wij mogen nooit het bestaan van een menselijk wezen “formatteren” volgens het criterium van zijn “lichamelijke” compatibiliteit met deze of gene behandeling die voor een ander bestemd is. De actuele reacties horen thuis in een kapitalistische maatschappij van geweld en die gericht is op het “hebben”.
Want bij wat reeds gezegd is, moet nog worden toegevoegd wat men niet zegt en wat voor velen als gewettigd voorkomt : om een goede geneesmiddelbaby te bekomen, moet men er meerdere produceren, ze observeren, ze selecteren, slechts deze nemen die potentieel nuttig zullen zijn voor de toekomstige therapie, en enkel deze laatste terug inplanten. De “therapeutische” logica ignoreert zo de immorele aard van de vóór-implantingsdiagnoses en hun fatale gevolgen voor de niet-ingeplante embryo’s. Deze techniek bekommert zich helemaal niet om de eugenetische aard van het “selecteren van embryo’s”. Wat te doen met deze welke niet het gewenste profiel hebben ? Wie kan een recht laten gelden over hun bestaan? In feite wordt hier een ongehoord geweld uitgeoefend.
Meestal doet dat — bijzonder het wetenschappelijke — wat zo al in onze middens besproken wordt, de persoonlijke gewetens insluimeren door het affirmeren van het alles kunnen van de mens en door het nalaten na te denken over de zin van de grenzen aan de mens. In feite is geen enkele uitvinding uit zichzelf een waarborg voor de vooruitgang, een morele stap voorwaarts of een bron van geluk. De morele ongerustheid in onze tijd is [dus] gewettigd, zelfs dwingend. Ze is een buiten zichzelf treden om zich open te stellen voor een ander en zijn levensvoorwaarden. Hoe geloof te hechten aan technische oplossingen die om te genezen of om een verlangen in te vullen, andere menselijke wezens kwetsen of doden ? De uitbreiding van de banken van bloed uit de navelstreng lijkt ons een ethisch en realistisch alternatief te zijn. Het is goed elke vorm van lijden te bestrijden, maar dan niet ten koste van mensenlevens die men vernietigt of die men ten onrechte conditioneert. Het embryonair kind is wel degelijk de plaats van de confrontatie van de vrijheden, het kruispunt van de voornaamste getroffen beslissingen, de test van de waarachtigheid van het menselijk handelen.
De recente keuzes schetsen een “gelaat” voor onze maatschappij : een gelaat van geweld, gebaseerd op de “productie”, het “bezit”, het “selecteren” van menselijke wezens. Wie zwijgt, stemt toe. Er zijn dringende aangelegenheden en omstandigheden waarin ieder van ons in geweten iets moet zeggen en iets moet doen. Wij nodigen de mannen en vrouwen van goede wil uit de wetten van het hart die in hen staan geschreven meer expliciet te “vernoemen”, opdat niet een maatschappij zou worden opgebouwd op het geweld bij het ontstaan en bij het einde van het menselijk leven.
Olivier BONNEWIJN, Herman DE DIJN, Michel GHINS, Alain MATTHEEUWS en Etienne MONTERO, Professoren van Theologie, Filosofie en Recht |