• Nederlands
  • Français

In 't kort

Ideeën hebben we genoeg bij DvDoc, maar we missen medewerkers: meldt u aan en Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken ons om lid te worden en actief deel te nemen aan de ontwikkeling van deze website,
 

Webboekhandel


Toon alle producten


Uitgebreid Zoeken
Bekijk Mandje
uw mandje is momenteel leeg.

RSS abonnement


Startpagina arrow Artikels arrow Nieuws arrow Homilie van Kardinaal Danneels in de dankmis voor pausverkiezing

Homilie van Kardinaal Danneels in de dankmis voor pausverkiezing Afdrukken E-mail
Geschreven door Pierre François   
woensdag 04 mei 2005
Voor een volle kathedraal, is Kardinaal Danneels een dankmis voor de verkiezing van Benedictus XVI voorgegaan op zaterdag 30 april 2005. Wij geven de volle tekst van de homilie die de Aartsbisschop van Mechelen-Brussel voor een deel in het Nederlands en voor een deel in het Frans heeft uitgesproken. 

Broeders en zusters,

Dank

Als we vanavond hier bijeen zijn in deze kathedraal dan is het voor alles om dank te zeggen. We danken God en onze Heer Jezus Christus. Hij had ons voor zijn heengaan beloofd dat hij ons nooit als wezen zou achterlaten. Ja, Christus is bij zijn Kerk gebleven en heeft nogmaals in haar de kostbare genade vernieuwd van de apostel Petrus. Met Paulus zeg ik u: 'Verheugt u in de Heer ... nogmaals verheugt u' (Fil 4, 4). Wees dankbaar.

Maar onze dank gaat evenzeer uit naar de nieuwe paus, 'de arme dienaar in de wijngaard des Heren', zoals hij zichzelf noemde de avond van zijn uitverkiezing. Hij heeft de zware taak op zijn schouders genomen om de universele herder te zijn. Nog boven zijn grote menselijke talenten met zijn intellectuele, morele en spirituele gaven heeft hij voor alles zijn hart gegeven aan de Christus die de Herder is van onze zielen. Christus geeft ons Benedictus XVI om ons voor te gaan en te leiden in deze moeilijke tijd waarin de Kerk verkeert. We danken deze paus dat hij het op zich nam in de boot van de Kerk te stappen, aan het roer te gaan staan en zeewaarts te varen. Hij heeft zijn handen gelegd in de krachtige hand van dé stuurman van het schip: Christus-Jezus.

In naam van de Kerk die in België is, in naam van al mijn collega's bisschoppen en in mijn persoonlijke naam: dank u, heilige Vader en wees Petrus onder ons.

Wat te zien was en wat niet

De laatste weken hebben de media een vloed van beelden over ons uitgestort, ontelbare analyses en een zee van commentaren. Toen Jezus is mensgeworden en in de mensengeschiedenis is ingetreden, heeft Hij geweten dat mens worden met de mensen tot die prijs is. Of zoals Paulus het zegt: We zijn een schouwspel geworden voor engelen en mensen' (1 Kor 4, 9). Is er nog wel iets dat de laatste weken niet werd getoond of gezegd?

Jawel, want alles wat ons werd getoond, behoorde tot het 'voorgrondsgebeuren', tot de wereld van het kijken en het horen. Maar er was veel meer aan de hand dan wat met de zintuigen waarneembaar is. Er was een hele onzichtbare dimensie die je alleen kan vatten met het inwendig oog van het geloof en met een gelovig luisteren. Ik nodig u dan uit, broeders en zusters, in dit uur te worden zoals Mozes waarvan de Hebreeuwenbrief zegt 'dat hij wandelde met de onzichtbare koning voortdurend voor de ogen' (cf. Heb 11, 27).

We moeten anders en dieper kijken met dat 'oog dat God in ons hart heeft gepland' zoals de Bijbel zegt (cf. Sir 17, 8). Je moet geloven om hier echt te zien wat er gebeurt. Want zie, nog geen twee weken geleden staat daar een man rechtop, midden voor het altaar van de Sixtijnse Kapel, het grandioze fresco van Michelangelo's 'Laatste Oordeel' in de rug. En daar klinkt dan deze vraag: 'Aanvaard u?'. Allen hebben we het gezien en zijn antwoord gehoord. Was dit een pure procedurevraag en een juridisch, canoniek antwoord?

Maar wat moet je zien en horen achter het gordijn van dit gebeuren?

We hebben iets anders gezien: voor het altaar stond Petrus, oog in oog − zoals de eerste Petrus − met Jezus. En wat vroeg Jezus? 'Aanvaard je de macht in de Kerk?'. Neen. Eerst iets anders. Hij vraagt: 'Petrus, heb je mij lief? En, meer dan de anderen?' (Joh 21, 15v.). Tot driemaal toe. Het is Jezus eerst om de liefde van Petrus te doen, lang nog voor Hij kijkt naar zijn menselijke leiderskwaliteiten. 'Petrus, hou je van mij?... Ja Heer, ik hou van je'.

Wat daar gebeurd is in de Sixtijnse Kapel op 19 april, op een ogenblik waarin engelen en mensen de adem inhielden, was een liefdesdialoog die oneindig ver uitstijgt boven al het zichtbare en hoorbare en die gevoerd wordt voor alle overdracht van macht. Het was een groot ogenblik, dit onzichtbare en onhoorbare gesprek tussen de Grote Herder en de kleine mens. Eerst dan zegt Jezus: 'Weid mijn lammeren en mijn schapen'. En even later zegt Jezus nog iets: 'Gij, Petrus, volg mij'. Petrus is maar de tweede in de 'cordée' van de bergbeklimmers op een rustige dag in het hooggebergte. Jezus gaat voorop en hij zegt tot Petrus: 'Leg je armen om mijn middel en volg me, uw stappen in de mijne; kijk niet rechts, kijk niet links, volg me blind achter mijn brede rug. Heb vertrouwen... Gij, volg mij...'. En Petrus volgt zijn meester waar die ook heen gaat, ook wanneer Hij hem daar brengt waarvan hij dacht nooit te moeten komen. 'Toen je jong was, deed je je gordel om en je ging waar je wou; als je oud geworden bent, zal je de handen uitstrekken en een ander zal je omgorden en je brengen waarheen je niet wil?' (Joh 21, 18). De nieuwe paus heeft het zelf gezegd en de profetie van Jezus kwam uit, ook met deze paus: 'Ik heb God gevraagd dat ik het niet zou worden', zei hij kort na zijn verkiezing.

De herder en de kudde

Maar een stap terug naar wat wel te zien is. Het zou intellectueel oneerlijk zijn en een schrijnend gebrek aan menselijk en goddelijk geloof, te allen prijs te willen extrapoleren vanuit wat een mens geweest is, wat hij nu zal zijn of totaal moet worden. Dit is geen geloof hebben in de Heilige Geest en nog minder in het Pinkstergebeuren. Wanneer iemand in de Kerk overgaat van een particuliere verantwoordelijkheid voor een deeldomein naar de verantwoordelijkheid van Herder van allen, is dit een grote uitdaging. Het is nog meer een genade. Men noemt dit: genade van staat. Als een wijnstok groeit op goede bodem, gestreeld door de warmte van de zin, zich thuis voelend in zijn biotoop en met liefde verzorgd door de wijngaardenier; als de wijnstam goed is, dan is er alle kans dat de wingerd heel goede wijn geeft, een 'grand cru' zelfs.

Een wingerd kan soms zichzelf overtreffen. Zo gaat het ook in de Kerk, de wijngaard van christenen. Als de nieuwe herder van de Kerk stevig geworteld staat in de goede grond van de Traditie, beschermd door de warme zonnestralen van Gods genade; als hij mag groeien in de goede biotoop van de liefde die haar omgeeft, dan kan het levenssap van de genade uit zijn natuurlijke talenten, uit zijn verstand en zijn hart, uit zijn ziel en zijn lichaam, druiven laten rijpen die men misschien niet had verwacht. Dat is het wat genoemd wordt: genade van staat.

Daarenboven, als het waar is dat de Kerk een grote familie is, dan gaat het er aan toe zoals in elke familie. Zeker, in het gezin zijn het de ouders die hun kind vormen en opvoeden. Maar het is even waar dat de kinderen hun ouders ook maken tot wie ze zijn: voor een deel vormen en modelleren ze hun ouders. Waarom zou het anders zijn in de Kerk? Zeker, de Herder is de 'forma gregis', zoals Petrus het schrijft in zijn eerste brief (1 Pe 5,3): hij vormt en modelleert de kudde. Maar de kudde van haar kant modelleert ook haar herder. Wat onze nieuwe paus zal zijn voor ons, hangt ook af van wat wij willen zijn voor hem. Het is vooral door onze liefde voor hem dat we de juiste biotoop rond hem kunnen scheppen, waarin hij kan gedijen en vrucht dragen.

Het pallium en de vissersring

We hebben het allemaal gezien, de dag van de intronisatie: de paus werd met het pallium bekleed en kreeg de vissersring aan de vinger. We hebben het allen kunnen zien. Maar hebben we het begrepen? Wat stak er achter deze gestes?

Het pallium is het beeld van het juk van Christus dat de paus op zijn schouders neemt. Het is geweven met de wol van de lammeren van zijn kudde en symboliseert dat hij voor allen herder moet zijn. Maar, misschien is het jullie ontsnapt dat de vijf kruisjes die de paus op het pallium draagt niet zwart zijn, zoals de mijne hier vanavond, maar rood. Dit is zoveel als zeggen dat de herder van de universele Kerk − zoals Christus − op de eerste plaats de gekwetste lammetjes op de schouders torst. Ze werden aangevallen door de wolf en zijn verstrikt geraakt in de doornstruik, ze hebben gebroken pootjes, want ze konden het ritme van de gezonde schapen niet volgen en raakten achterop. Het bloed van de lammetjes vlekt het kleed van hun herder. En, kijkend naar de bebloede herder, zeggen we met de profeet Jesaja: 'Wie is dat die komt uit Edom, uit Bosra, met paars gekleed... hoe komen hun kleren zo rood, als de kleren van iemand die de wijnpers treedt'? En hij antwoordt: 'Ik heb de perskuip alleen moeten treden, geen van de volkeren heeft me geholpen' (Jes 63, 15).

We zullen er moeten aan denken, broeders en zusters, telkenmale we de paus zien in de liturgie, met het pallium over de schouders: hij draagt de gekwetste lammetjes op de schouders en hun bloed kleeft aan hem.

Daarna geeft men hem ook de vissersring. Zoals Petrus en de elf is de paus visser van mensen. Maar als hij het net uitgooit, doet hij dat niet steunend op zijn visserskunsten. Hij had trouwens niets gevangen. Het is enkel op Jezus' bevel dat hij het doet, in totaal vertrouwen. En de vangst was overvloedig. De Kerkvaders hebben een merkwaardige commentaar op deze passus van het Johannesevangelie. Voor een vis, zeggen ze, betekent het de dood als hij uit het water wordt gehaald. Voor de mens is het omgekeerd: hij wordt gered. Een mens uit het water halen, is hem doen leven. Petrus, mensenvisser, werpt het net uit om ons te redden uit de wateren des dood. Hij gelijkt helemaal niet op de gewone visser. Die haalt de vis uit het water om hem te laten sterven, er zich meester van te maken en die op de markt te gaan verkopen. Visser-Petrus heeft iets heel anders voor als hij voortaan vist; hij wil de vissen redden en ze het leven geven. Hij maakt er zich geen meester van, hij houdt ze zelfs niet voor zichzelf, hij geeft ze door aan Christus. Christus redt ze van de dood en geeft ze eeuwig leven.

Bid voor mij en help mij

De massa heeft Benedictus XVI bij zijn aantreden overvloedig en lang toegejuicht. Hij bedelde nochtans niet om applaus. Hij lokte het niet uit, riep niet en deed geen poging om het te laten aanhouden. Hij was zelfs eerder gereserveerd.

Zo heb ik kardinaal Ratzinger altijd gekend. Hij heeft nooit om applaus gevraagd. Maar hij vraagt iets anders. Twee dingen zelfs.

Zijn eerste vraag was: Bid voor mij. Dat doen we vanavond al in de kathedraal. We zullen het voortaan elke dag doen in het eucharistisch gebed van de mis. Ik wil het u met aandrang vragen, broeders en zusters: bid met volharding voor de paus. Zo zullen we hem helpen om elke dag meer en beter Petrus te zijn onder ons, de Petrus voor onze tijd. Hij zal ons bevestigen. Wij moeten hem bevestigen door ons bidden.

Er was een tweede vraag. Hij stelde die uitdrukkelijk aan de kardinalen, maar ze geldt ook voor ons allen. Hij zei: 'Help mij'. Op dit plechtige moment, kan ik zeggen in uw aller naam, in naam van de bisschoppen en in mijn persoonlijke naam: Heilige Vader, we zullen voor u bidden en we willen u helpen door onze broederlijke en totale medewerking en door de warmte van onze liefde. Want, naar de mooie woorden van Catharina van Siena, wiens feest we gisteren nog vierden: 'Gij zijt voor ons: il dolce Cristo in terra'.

+ Godfried Kardinaal DANNEELS
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel

Laatst geupdate op ( woensdag 11 mei 2005 )
 
< Vorige   Volgende >

Gebruikers online

Meld u aan/af






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
© 2008 a.s.b.l. DvDoc v.z.w.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.