Vertaling uit het Duits, door de redacteur, van een artikel van Josef
Laüfer over wat een aflaat is. Het oorspronkelijk artikel was
gepubliceerd naar aanleiding van het Jubileumjaar 2000, maar is opnieuw
actueel omdat Paus Johannes Paulus II nieuwe aflaten heeft verleend tijdens het jaar van de Eucharistie,
dat loopt van oktober 2004 tot oktober 2005.
Wanneer één lid lijdt,
lijden allen mee...
In het heilige jaar (2000) is de aflaat
weer ter sprake gekomen. De paus heeft al langere tijd de katholieken
opgeroepen de jubileumaflaat te verdienen. Daartoe worden in onze
(Duitse) Aartsbisdommen bepaalde kerken aangewezen, zo ook
bedevaartsoorden. Ook van wereldlijke zijde werd de laatste tijd in
verband met een schandaal over giften (in Duitsland) het woord aflaat
gebruikt. Er was sprake van handel in aflaten. Ik ben bang, dat
degenen die dit woord gebruikten, alleen het misbruik van de aflaat
kennen en niet de eigenlijke betekenis en waarde. Echter ook veel
katholieken hebben er vandaag aan de dag weinig mee op. Het misbruik
in de tijd van de reformatie heeft de aflaat in diskrediet gebracht.
En niet weinigen menen dat men uit oecumenische overwegingen er
helemaal niet meer over behoort te spreken. Ik denk, indien de aflaat
een christelijke zin en waarde heeft, men niet het recht heeft het
eenvoudig af te schaffen vanwege het verkeerd uitleggen en misbruik
in het verleden, maar dat men de smet uit het verleden moet
verwijderen, om er een nieuw verstaan voor te vinden. Dit schrijven
wil hier een bijdrage toe leveren.
1. Een vergelijking
Voor een goed begrip sta me toe een
vergelijking te maken.
Een moeder heeft haar nog klein kind
meerdere malen gezegd dat hij het mes moet laten liggen. Maar in een
onbewaakt ogenblik pakt hij het mes toch en snijdt zich daarmee in de
vinger. Huilend komt hij naar zijn moeder gelopen. Wat zal zij doen?
Zij zal niet meteen mopperen en hem verwijten maken: "Had het mes
laten liggen! Ik heb het je meermalen gezegd. Nu moet je zelf maar
zien hoe het weer geneest". Nee, integendeel, zij zal haar kind in
de arm nemen, troosten en de vinger verbinden opdat daarmee de wond
sneller geneest. Dan zal zij met het kind spreken en weer uitleggen
waarom het gevaarlijk is met een mes te spelen. Afhankelijk van de
omstandigheden zal zij hem nog een pedagogische straf geven, opdat
hij een volgende keer beter gehoorzamen zal.
2. Omzetting naar de Aflaat.
Het voorgaande is een beeldspraak
waarover het bij een aflaat gaat. Men moet hier een onderscheid maken
tussen de schuld van de zonde en de gevolgen van de zonde. De schuld
van het kind was de ongehoorzaamheid, het gevolg van deze schuld was
de wond aan zijn vinger. De Kerk handelt nu met de zondaar
overeenkomstig de moeder. Zij neemt haar kinderen figuurlijk
gesproken in de arm en vergeeft hun de schuld in het boetesacrament,
zoals de Vader zijn teruggekeerde zoon in de parabel. Daarenboven
helpt zij echter ook dat de gevolgen van de zonden beter kunnen
genezen, zoals de moeder de wond van het kind verbindt. Het
geneesmiddel voor wonden van de ziel is het zich persoonlijk
bekommeren om de zondaar en gebed van voorspraak. En daarover gaat
het nu bij de aflaat:
a) De aflaat is geen vorm van zonden
vergeving, maar een geneesmiddel van de Kerk voor de
genezing van de ziel van de gevolgen van de zonden. Een voorbeeld:
Als iemand door alcoholgebruik een verkeersongeval heeft veroorzaakt
waarbij mensen gewond zijn geraakt en zijn omgekomen, dan betekent
dat voor hem ook een last voor zijn ziel. De schuld kan hem in de
biecht worden kwijtgescholden. En in een proces heeft hij er
natuurlijk nog de uiterlijke gevolgen van te dragen. Echter de
genezing van de ziel van de gevolgen is daarmee nog niet gebeurd.
Hierbij kunnen medemensen helpen als zij zich om hem bekommeren. En
daartoe kan en wil de Kerk helpen door haar gebed. Dat kan overigens
alleen werkzaam zijn als de betrokkene gelooft en de gemeenschap met
Christus zoekt. Daarom is voor het verkrijgen van de aflaat de
volgende voorwaarde bepaald: Ontvangen van het boetesacrament,
deelname aan de H. Mis met het ontvangen van de H. Communie, het
Credo en gebed in de zin van het Onze Vader. Natuurlijk kunnen we
zelf ook plaatsvervangend aan de genezing van anderen bijdragen. Het
komt overeen met het hebben van een lichamelijke ontsteking. Het hele
lichaam krijgt koorts om alle geneeskundige krachten van alle
lichaamsdelen te mobiliseren voor de genezing van de wond. Zo wil de
Kerk door de aflaat alle geledingen van de Kerk mobiliseren,
bijdragen, om de gevolgen voor de ziel van de veelvuldige zonden te
genezen. Neem bijvoorbeeld de onuitsprekelijke gevolgen van de zonde
die door burgeroorlogen veroorzaakt werden. Vergeving van mensen kan
slechts gebeuren, daar waar mensen bereid zijn te vergeven en af te
zien van wraak en vergelding; zoals het bijvoorbeeld is gebeurd bij
de verzoening met Frankrijk en Polen. Vele christenen hadden daarbij
een beslissend aandeel door hun gebed, hun persoonlijke inzet en hun
materiële hulp. Zo begrepen, is de aflaat ook heden zeer zinvol
en belangrijk voor de genezing van de wereld.
b) De aflaat heeft nog een ander
aspect. Bij het voorbeeld van de moeder met het kind zei ik, dat zij
hem naar gelang de omstandigheden nog een opvoedkundige straf geven
zal. Op een gelijkaardige manier kan Moeder de Kerk voor bepaalde
zonden een opvoedkundig boetewerk opleggen. En zij heeft het vroeger
dikwijls gedaan: Bijvoorbeeld een bedevaart maken, een behoeftige
helpen, enz. En zij heeft naar gelang de omstandigheden zo'n werk
van boete ook kwijtgescholden en vervangen door een gift in geld voor
een goed doel. Vandaar komt het woord aflaat. In de wereldlijke
maatschappij beoefent men iets dergelijks als maatregel voor
reïntegratie in de maatschappij. In plaats van gevangenisstraf
wordt soms een sociale taak of een boete opgelegd. Principieel is het
daarom bij de aflaat ook zinvol een geldstraf te geven voor een goed
doel om een aflaat te verdienen. Echter, om geen misverstand te
verwekken, mag het niet het voor de hand liggende zijn. Want men kan
de wonden van de ziel niet door materiële zaken genezen of
vergeving met geld kopen. Wel echter kan men door het weer goed maken
met materiële dingen, meehelpen de wond van de ziel beter te
doen genezen, zoals het bijvoorbeeld bij het weer goed maken van
dwangarbeid in het Derde Rijk is gebeurd. Zo gezien was het
principieel niet verkeerd, als de Kerk ook geld en goede werken met
de aflaat in verbinding bracht. Zeer zeker was het noodlottig toen de
mensen destijds de zin van de aflaat niet meer begrepen en geloofden:
"Wanneer het geld in het laatje rolt, spring de ziel de hemel in",
zoals sommigen indertijd dachten en zeiden. Echter het misbruik van
een goede zaak rechtvaardigt bij lange niet zijn afschaffing.
c) Doch velen zullen zich - juist met
het oog op de oecumene - nog afvragen: Waar is dan de aflaat in de
bijbel verankerd en christelijk gewettigd? Daartoe kan het volgende
gezegd worden: Natuurlijk staat het woord aflaat niet in de bijbel,
maar dat wat de aflaat wil is een vanzelfsprekend gevolg van het
bijbels verstaan van de Kerk. Paulus heeft het ons met het beeld van
het éne lichaam met vele ledematen uitgelegd en daaruit de
consequentie getrokken: "Wanneer één lid lijdt, delen
alle ledematen in het lijden" (1 Kor 12, 26). Dat betekent, het
moet vanzelfsprekend zijn dat christenen anderen helpen wanneer zij
lijden, zij het lichamelijk dan wel geestelijk. En een belangrijk
geneesmiddel daartoe is de aflaat. Wij vragen door het verkrijgen van
de aflaat aan de hele Kerk haar gebed van voorspraak, dat zich voedt
met de ontelbare gebeden van de heiligen, kloosterlingen en de
gelovige christen. De Kerk is als het ware een apotheek met
geneesmiddelen voor de ziel.
Hoeveel beter zou het er in de wereld
uitzien, als wij christenen als het "Mystiek Lichaam van Christus"
zo om elkaar bezorgd waren als de ledematen van ons lichaam voor
elkaar zorgen en zoals Paulus aan de Romeinen schreef: "Aanvaard
elkander als leden van één gemeenschap, zoals ook
Christus ons in zijn gemeenschap heeft opgenomen, ter ere Gods"
(Rom 15, 7). Degene derhalve die de Jubileumaflaat verdient, helpt
als levend lid van de Kerk mee, de gevolgen van de zonden voor de
ziel te genezen. En wie wil dat niet?
|