|
Geschreven door José María Brosa
|
|
maandag 26 november 2007 |
|
Op zondag 28 oktober 2007 werden 498 slachtoffers van de religieuze vervolging tijdens de Spaanse burgeroorlog zalig verklaard. Het ging om geestelijken die, samen met nog duizenden burgers, in de eerste maanden van die oorlog vermoord werden, meestal door communistische milities.
Hun zaligverklaring wordt door enkelen blijkbaar gezien als een soort goedkeuring van de opstand van Franco en een deel van het Spaanse leger tegen de Republiek. Nochtans werden die mensen vermoord omdat ze geestelijken of katholieken waren; ze stierven dus omwille van hun geloof. Dat heeft niets te maken met politieke moorden in dat conflict, in beide kampen.
De vervolging van de katholieken begon reeds in 1931, vijf jaar voor de burgeroorlog, met onder meer brandstichting van kerken. In die jaren groeide de haat tegen de katholieke kerk, handig gevoed door tendentieuze media, tot de uitbarstingen in de zomer van 1936. De katholieken hadden geen keuze dan bescherming te zoeken aan de kant van de opstandelingen. Het is waar dat enkele Baskische geestelijken terechtgesteld werden door de troepen van Franco. Deze onschuldige slachtoffers stierven nochtans niet omwille van het geloof maar wegens een vermeende steun aan de zaak van de Republikeinen. Hoe moedig ook, hun gedrag komt niet in aanmerking voor een zaligverklaring. Een martelaar in de katholieke kerk is iemand die zijn of haar leven gegeven heeft omwille van Christus. |
|
Laatst geupdate op ( donderdag 28 februari 2008 )
|