• Nederlands
  • Français

In 't kort

Ideeën hebben we genoeg bij DvDoc, maar we missen medewerkers: meldt u aan en Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken ons om lid te worden en actief deel te nemen aan de ontwikkeling van deze website,
 

Webboekhandel


Toon alle producten


Uitgebreid Zoeken
Bekijk Mandje
uw mandje is momenteel leeg.

RSS abonnement


Startpagina

De kleding in de liturgie Afdrukken E-mail
Geschreven door Pierre François   
donderdag 04 oktober 2007
Mgr. Raymond Bouchex, Aartsbisschop-emeritus van Avignon, liet deze tekst over de kleding in de liturgie verschijnen in het  Bulletin Religieux du Diocèse d'Avignon op 11 mei 2002.

Het gebeurt dat in de eucharistievieringen personen die lezingen doen, of de communie delen, of de gemeenschap bezielen, gekleed zijn op een wijze die niet in overeenstemming is met de liturgie (b.v. short, minirok, wijd openstaand hemd). Het gaat niet alleen om een zaak van gepast voorkomen. Waar het om gaat, dat is de symboliek van de kleding in het menselijk leven en in de liturgie.

In het leven van een mens heeft de kleding een vooraanstaande plaats. Ze is het kenmerk van het menselijk wezen. Dieren kleden zich niet. De kleding wordt gemaakt als bescherming tegen de koude, het onweer, de warmte (de bewoners van zeer warme landen dragen lange en wijde kleding om zich tegen de zon te beschermen). Naast dit nut, is de kleding een teken van eer en van eerbied die man en vrouw tegenover zichzelf dragen en die ze tegenover de anderen dragen. Men brengt eer aan iemand door zich verzorgd te kleden om hem te ontmoeten. Iemand met geweld in het openbaar ontbloten is een aanval doen op zijn waardigheid. Bannelingen worden gekleed met een vernederende kleding. Wanneer Adam en Eva na hun zondeval bemerken dat zij naakt zijn en zich voor God verbergen, is het niet eerst uit schaamtegevoel,- God wordt niet verstoord door hun naaktheid -, maar omdat zij plots bewust worden dat zij hun waardigheid van schepsel hebben verloren.

In alle maatschappijen is de kleding een teken van het behoren tot een maatschap- pelijke groep, een manier om zijn identiteit te bevestigen, zich te laten kennen, zijn plaats en zijn rol in de maatschappij te uiten : man of vrouw, politie, militairen, magistraten, leden van de balie, sportlui van een of andere tak of een nationaliteit, enz.  Dat is de betekenis van de tekens die de priesters, de religieuzen moeten dragen. Jongeren bevestigen hun originaliteit door hun outfit. Volwassenen die er willen jong uitzien, doen ze na. De aangroei van unisex-kleding nivelleert de bevolking en bevordert het anonieme. De kledij wijst naar het behoren niet enkel tot een klasse van de bevolking, maar ook tot een bepaald tijdvak. Modisch zijn is een manier om met zijn tijd mee te gaan. Niemand heeft graag gedemodeerde kledij. De kleding verwijst ook naar bepaalde voorkeursmomenten in de tijd. Vroeger sprak men van zondagskledij. Men spreekt nog van bruidskledij, rouwkleding, feestkleren, karnavalvermomming. Men koopt aan hoge prijs kleren die door vedetten werden gedragen.  Men bewondert de kostuums die grote artiesten aantrekken, zoals we dat zien in het Maison Jean Vilar te Avignon. 

De kleding is niet slechts een uiting van een identiteit en een bepaald tijdvak. Ze schept de identiteit en de tijd. Zoals de spreuk het zegt, maken de kleren de man. De kleding schept een gemeenschapsgevoel bij dezen die ze dragen. Alle ritussen van religieuze of esoterische initiatie bevatten het opleggen van kledij. De wijding van diakens of priesters sluit een inkleding in.  De kledij is een bij uitstek persoonlijk element. Kleinere kinderen dragen niet graag de kleding van de groteren. Kleren dragen die door anderen zijn geschonken wordt aangevoeld als een gebrek aan erkenning van zijn persoon.

De kleding is als het verlengde van het lichaam, een manifestatie van zijn lichaam in de maatschappij. Ze schept bij wie ze draagt en bij wie ze ziet een bepaald gedrag. Naargelang de kledij een of ander aspect van het lichaam doet uitkomen, wijzigt ze hem die ze draagt en hem die ze ziet. De dansers en danseressen van de opera of de kunstschaatsers en -schaatsters uiten door hun kleding de zo goed als luchtige schoonheid van hun lichaam. Kleding van prostituées of travestieten doen hun vleselijk aspect uitkomen. Er is geen vreugdige of droevige viering zonder aangepaste kleding; Daardoor worden het genot en het geluk van het samenzijn of de gedeelde smart uitgedrukt. Ze maakt het feest en de gevoelens die eraan beantwoorden. Ze helpt de rouw te beleven. Kan men zich een nationale viering, een sportcompetitie, een nationale rouw inbeelden zonder dat de kledij de gebeurtenis tot uiting brengt en de aangepaste gevoelens doet ontstaan ? Zij maakt van ieder feest een soort viering.

Ziedaar waarom sedert de verste tijden iedere godsdienstviering verbonden is met de kleding. Er is geen godsdienst die geen grote plaats voorziet voor de kleding. Om te spreken over wat ons direct betreft, de Schrift van het Oud-Testament beschrijft nauwgezet de klederen van de Hogepriester, de priesters, de levieten. Vuile klederen staan symbool voor een van God verwijderd leven, terwijl feestkleding staat voor een in het Verbond met God heringeschakeld leven dat gezuiverd is van iedere zonde (cf. Za 3, 3-5 ; Ez 16, 9-14).  

De kleding zegt veel over de identiteit van Jezus en van zijn zending. Bij Jezus’ geboorte werd hij in windels gewikkeld om te tonen dat hij een klein kind was midden deze van zijn volk. Hij draagt het lang kleed met franjes, wat hem identificeert als zoon van het volk Israël en rabbi (Lc8, 44). Bij de gedaanteverandering uiten zijn schitterende kleren zijn heerlijkheid van welbeminde Zoon van de Vader. Op de Calvarieberg wordt Hij geheel ontbloot zoals alle gekruisigden. De soldaten verdelen zijn kleren, zodat ze hem het meest persoonlijke ontnemen. Ze loten om de tuniek zonder naad, laten Hem alleen zijn gepijnigd lichaam over; Hij wordt in het graf gelegd in een lijkwade en een zweetdoek, die de echtheid van zijn dood aantonen. In de Apocalyps vertoont Christus zich aan Johannes als een mensenzoon, gekleed met een lange tuniek, terwijl zijn middel wordt omsloten met een gouden gordel (Ap 1, 13 ; cf. ook 19, 11-16).

Zijn verrijzenis wordt aangekondigd door boden waarvan de witte kledij bevestigt dat zij van God uit komen. De vader van de verloren zoon vraagt dat deze dadelijk zou worden gekleed met de kledij van zoon van den huize (Lc 15). Om tot de bruiloft van het Koninkrijk te worden toegelaten, moet men een bruidskleed hebben. De martelaren en de heiligen uit de Apocalyps zijn gekleed met witte gewaden. De hoop van Paulus is ontdaan te worden van het kleed van het vleselijk leven en bekleed met het kleed van het eeuwig leven. Het leven van de christen is het afleggen van de oude mens en het zich bekleden met de nieuwe mens. Uiteindelijk bestaat het christelijk leven erin dat we ons met Christus zelf bekleden, zoals dat wordt getoond door het wit kleed van de nieuw gedoopte.

Het past dus dat de bisschoppen en priesters, eerste bedienaars van de eucharistische liturgie, zouden gekleed zijn met de lange en wijde kleding van de albe en de kazuifel, zo tonend dat zij plaatsvervangers zijn van Christus, die alleen de Hogepriester is van de christelijke liturgie. De diakens van hun kant kleden zich met de albe en de dalmatiek, kledij van de dienaar. Die kledij wil de liturgie van de aarde afstemmen op de schoonheid van de liturgie van de hemel.  Meer nog, zij plaatsen de volledige mens, ziel en lichaam, inwendig en uitwendig, ten dienste van de gekruisigde en verheerlijkte Christus, de enige Voorganger in de liturgie en de enige bedienaar. Is er een mooier getuigenis over de zin van de liturgische kledij dan de vindingrijkheid waarmee de gedeporteerden van Dachau met hun povere middelen en in het verborgen voor hun bewakers, de bisschopskleding van Monseigneur Piquet hebben gemaakt voor de wijding in het kamp van een jonge Duitse priester ?

Deze belangrijkheid van de kledij geldt ook voor hen, mannen of vrouwen, die een bijzondere dienst in de liturgie verrichten : de misdienaars die blij zijn de albe aan te trekken, de lectoren, hij of zij die , wanneer het nodig is, de communie uitdelen; hij of zij die de gemeenschap bezielen, wat een echte liturgische dienst is; en traditievol de leden van het zangkoor of de kerkmeesters. In afwachting dat er liturgische kledij zou worden gevonden voor hen die voor de kerkgemeenschap zulke diensten verrichten, is het nodig dat zij een correcte en waardige kledij dragen en zo tot uiting brengen dat het verkondigde Woord het woord Gods is, dat de Eucharistie het sacrament is van het Lichaam van Christus, en dat de kerkgemeenschap het kerkelijk Lichaam van Christus is.

Verre van de Kerkgemeenschap te storen bevordert de kledij het aanhoren van het Woord en het ontvangen van het Lichaam van Christus. Ze nodigen hen die ze dragen uit hun dienst te vervullen met een innerlijke houding die samengaat met de functie die ze uitvoeren. We moeten dus de praktijk afkeuren die erin bestaat op het ogenblik van de lezingen te zeggen : “Wil er iemand komen de eerste lezing voorlezen?“, of op het ogenblik van de communie : “Ik vraag een vrijwilliger om de communie met mij te komen uitdelen”. Deze werkwijze leidt soms tot catastrofale resultaten. Ze is in ieder geval niet in overeenstemming met de grootsheid van de dienst van het Woord Gods en van de Eucharistie.

Laatst geupdate op ( donderdag 04 oktober 2007 )
 
< Vorige   Volgende >

Gebruikers online

Meld u aan/af






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
© 2008 a.s.b.l. DvDoc v.z.w.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.